Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
140
opperHakte beslaande (c. 43"—47° N. B. cn 19°—21°
L.), tusschen den Allier, de Z. W. bijbronnen der
Loire en de N. O. der Garonne, drie groote vulkanische
bergmassa's vormt, cn zich, nog verder W. en N.
waarts, in verscheiden takken verliest. De hoogste
jmnïen zijn :
IJe Cantal, in de meest Z. groep (c. 43° N. B. en
2072° L.), 4800 V. iioog.
Moht d' Or, N. waarts van den vorigen , in de mid-
delste groep (c. 43Va'' N. B. en 20V2° L.), 6000
V. hoog.
Puy de Dôme, nog verder N. waarts, en dus in de
meest N. groep (43^4° N- B. en e. 20Vï° L.), 4300
V. hoog.
Mont Odouze ten N. N. W. der vorigen (c. 42'/j"
N. B. en 19'/» L.), die eigenlijk tiiet meer in Au-
vergne, maar in Limousin, dep. Corrèze , ligt.
liet Forez-gebeigte neemt weldra eene N. rigting, en
loopt, steeds tusschen de Allier en de Loire, bijna
evenwijdig met het Rhone-gebergte en dat van Charo-
lais, aanhoudend in dezelfde rigting voort, tot deszelfs
boschrijke kruinen zich , onder den naam van het Mag-
dalena-gübergte, in de vlakte van Moulins tegen het
dal der Loire verliezen. De voornaamste koppen van
hetzelve zijn :
De Pierre haute (c. 4SVj'' E. B. en 2172° L.j, 3964
V. hoog.
De Puy de Montoncelle (c. 46' N. B. en 217,° L.),
3400 V. hoog.
De Jura, welke eenen aanvang neemt ten W. van den Mont-
blanc , op den regter oever van de Boven-Rhone, en ten O.
van Lyon (437,° N. B. en 287,° L.) verheft zich van uit de
Z. 0. bogt der Boven-Rhone, als grensgebergte tusschen
Zwitserland en Frankrijk , en breidt zich , in eene N. O. rig-
ting, in onderscheidene met elkander evenwijdig voortloopen-
de ketenen uit, tot aan den Rijn en de Duitsche grenzen,
in den zak, welke door de Aar, het Rhtme-Rijn-kanaal en