Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
139
1
tusschen de bronnen der Loire, Allier, Lot, Tarn,
Agout, Hérault, Gard en Ardeche, een woest gebergte,
op welks hoogste toppen bijna geen wasdom te bespeu-
ren is. De hoogste koppen zijn :
De Esperon (c, N. ß. en 2IV2® L-)-
Mont Lozere (c. -UVi'' N. B. en ^iVa'' E.)-
Mont Mezen (e. N. B. en tT L.), o400 v. hoog.
De Garriguen , ook nog slechts met gering kreupelhout
cn heidekruid bedekt, maken het Z. vervolg der vori-
gen uit; zij nemen echter langzamerhand in hoogte af,
zoodat zij, onder den naam van Espinouse, nog verder
Z. waarts, naau^velijks 1300 voeten hoog zijn, cn voorts
steeds meer en meer dalen, tot zij zich als Montagnes
JSoires , eene lage beu vel rij , in de vlakte van het ka-
naal van Languedoc verliezen ( 'iS^'s" N. R. en lOVa" T-.)-
Noordwaarts, daarentegen breiden de Cevennen zich uit
onder den naam van
Het Rhone-^gebergto, hetwelk, van c. 4oV/s° B. , tus-
schen de Loire cn de liiione ,■ lot ojj 4673^ .N. B, voort-
loopt, mrt eene steile afhelling naar het O., en eene
glooijende naar bet W. , zich het hoofjste vcrhefï'ende
in den
3Iont Pilat (c. 40V3'' N. B. en L,), ^300 v,
hoog, en in den
Mont Tarrare (46'^ N. B. en c. 22° L.). 4330 v. hoog.
Het gebergte van Ckarolais, is weder een vervolg van
het vorige, hetwelk verder ]V. waarts voortloopt, en
zich , als ccn.e reeks van heuvelen , in de laagte van
het kanaal du Centre verliest.
W. waarts scheiden zich van de eigenlijke Cevennen , tus-
schen den Mont Lozère en den Mont Blezen , verscheiden
takken af, van welke een onder den naam van
Het Margaretha gehergte, hetwelk slechts eene geringe
hoogte bereikt, eenen aanvang neemt tusschen de bron-
nen van de Lot en de Loire, en in eene ]N. W. rigting
voortloopt, lot aan
Het gebergte van Auvergne^ hetwelk, eene aanzienlijke