Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
136
Be Pic du Midi, in Frankrijk, (c. -42=/,° N. B. en
17'/.° L.), 9200 V. hoog.
De Vignemale (c. W/^" N. B. en HVs" L.), op de
grenzen, en e. 10,400 v. boog.
De Pic d'Ossan {e. 42V5° N. B. en H'/e" L.) in
Fi ankrijk.
De Mont Orion (e. 48° N. B. en IC'/s" LO. «P «Ie
grenzen.
Het Cantabrisnhe gebergte, welks middelste gedeelte ook
het Asturische gebergte genoemd wordt, kan als een vervolg
der Pyreneën beschouwd worden ; bet scheidt zich van deze
af, tegen den Mont Orion, en loopt van daar, in eene W.
rigting, langs de N. kust voort, tot aan den Atlantischen
oceaan, waar het in twee kapen eindigt, terwijl een zijtak
zich , op c. 12° L., uit hetzelve afscheidt, in eene Z. W.
rigting voortloopt, en zich , tegen den Duero, in onderschei-
dene stralen verliest. Hetzelve vormt met de Pyrenëen het
N. grensgebeigte van bet schiereiland.
Kaap Ortegal, de meest N. punt van Spanje (e. 43'/»°
N. B. en 9»/,° L.).
Kaap Finislerre, de meest W. uithoek van Spanje
(c. 43" N. B. en L.).
Het Iberische gebergte, hetwelk zich weder van het vorige
afscheidt, tusschen de bronnen van den Ebro en de Pisuerga,
of tusschen deu St. Albusberg en de Sierra Beynosa (c. 43°
N. B. en IS'/ï L ). loopt van daar in eene Z. O. rigting
voort, eerst mede onder den naam van Sierra de Occa en
dan als Sierra de Vrbion, tot aan de Sierra Moncago, (c.
41Vt° N. B. en 16° L.), van hier, in eene Z. W. rigting
tot tegen Sigucnza (c. 4174° N. B. en lö° L.), dan eerst
weder in eene Z. O. rigting tot aan Albarracin (c. 407j° N.
B. en 167s° L.) , en vervolgens Z. waarts, met verscheiden
bogten en afwijkingen, tot aan de Middellandsche zee, in
het Z. W. van Murcia; het verdeelt Spanje aldus in een
grooter W. en een kleiner 0. gedeelte, terwijl het zich naar
beide zijden , vooral O. waarts , in menigvuldige takken uit-
breidt en verliest, van welke de voornaamste zijn :