Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
N. van <lc Drielieftren-spits, af, tot aan Lietzen a<in de
Enns. toe (c. N. B. en §2° L.). Derzelver voor-
naamste kojipen zijn
De Wuzmun (c. èT'/i" N. B. cn SO^'a" L.) , cn
De Grosse Priel (c. 47%° N. B. cn 3lVa L.) , 8580 v.
hoog.
De Stiermarhche Alpen eindelijk, ten Z. 0. der Nori-
sehe Alpen , insgelijks min of meer evenwijdig met de-
zelve voortloopcnde, van het Mölldal af eenen aanvang
nemende (47° N. B. en 31V3° L.), tot in de nabijheid
van bet Neiisiedlcr meer toe (-fS" N. B. en 84° L.j.
Tot dezelve behooren :
De Schökelberg , in de nabijheid en ten N.N.0. van Grati
(47'A° N. B. en 33% L.)
Dc Grosse Pfaf, (47'A° N. B. en 33'L.).
B. VERDERE GEBERGTEN VA.fr EUROPA.
1°. Ten zuiden van de Alpen.
De Apennijnen , welke door geheel Italië heenloopen ,
nemen, als een vervolg der Zee-Alpen , in eene tegenoverge-
stelde rigting van de Cottisehe Alpen, eenen aanvang bij den
Col di Tenda , van waar zij zich O. waarts wenden , fot in
de nabijheid der kust voortloopen, vervolgens, mot afnemen-
de hoogte , de bogt van Genua omgeven , en zich , van den
Bochetta af, weder langzamerhand van den zeeoever verwij-
deren , tot aan den Monte Sinione; zij wenden zich dan, met
eene breede N. O helling, meer naar de zijde der Adriatische
kusten, in het Z. W. in de schoone vyleijpn en vlakten van
den Arno afvallende, tot aan den Monte Vernio, en strekken
zich vervolgens door het geheele schiereiland uit, met af-
wisselende breedte en in vele zijtakken zich uitbreidende,
zoodat zij , op beide zijden , slechts smalle knststrepen over-
laten , en zelfs dikwijls als vocrgebergten aan de zee toerei-
ken, Van den Monte Vernio af loopen zij , eerst evenwijdig
roet de kusten der Adriatische zee, voort tot aan den Monte
Calvo, van waar zij zich, onder den naam van Abruzzen