Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
119
daar, verder oostwaarts, tot aan den mond van den Kuban
{c. SO" N. B. en 48° L.), door de zee van Marmora, de
Zwarte zee en de zee van Azof;
Ten 0., tusschen den mond van den Kuban en de Kari-
sche zee, door Azie, van hetwelk Europa, van nature, ge-
scheiden wordt door het üralgebergte, den Uralstroom-, de
Caspisohe zee en de Caucasische zond, eene diepe laagte,
welke ten deele het stroomdal van de Kuma en den Kuban
bevat, terwijl zich aan hare Z. zijde het Caucasisch gebergte
verheft. Van deze natuurlijke grenzen verschilt eenigzins de
willekeurig aangenomene of door het gebruik ingevoerde
grensscheiding tusschen Europa en Azie, welke, van den
mond van den Kuban af, eerst langs deze rivier een eind-
wegs in eene O. rigting opwaarts loopt, dan eene N. O. rig-
ting houdt, tot zij zamenvalt met den Manytz , dien zij we-
der in eene 0. rigting een eindwegs vergezelt {van c. 46° tot
81° L. en onder e. 46Vi° N. B.); vervolgens wendt zij zich
weder meer N. waarts, in welke rigting zij tusschen den
Don en den Wolga met mindere of meerdere bogten en af-
wijkingen doorgaat, tot zij dezen laatsten snijdt, tusschen
Nishnij-Nowgorod en Kasan (c. 86° N. B. en 63° L.), van
waar zij weder in eene meer ]V. O. rigting voortloopt tot aan
de bronnen der Pefschora, en vervolgens, in eene meer Pf.
rigting, langs het Üralgebergte, naar dat punt aan de Kari-
sche zee , van waar wij zijn uitgegaan.
Binnen deze grenzen strekt zich Europa, van de Straat
van Gibraltar, op c. 86° N. B. , tot aan de Noordkaap, op
71° N. B., uit in eene breedte van 83°, cn, van de Kaap
Lr Roca , ten W. van Lissabon , op c. 8° L., tot aan de Ka-
rische zee, op ruim 80° L. , in eene lengte van 72°. Van
Kaap Vincent, het uiterste Z. W. punt van Portugal, tot
aan de grenzen van Azie, bij de Karische zee, is het c. 800
m. lang , en van kaap Mata]ian , de uiterste Z. spits van Morea ,
tot aan de Noordkaap, de meest N. punt van Noorwegen,
c. 880 m. breed. De oppervlakte van Europa bevat c.
130,000 v. m.
Met betrekking tot de meerdere of mindere verhevenheid