Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
107
DERDE GEDEELTE.
De aarde, beschoimd in de natuurlijke verhouding
van de bijzondere deelen Jtarer oppervlakte.
Verhomling van het land en het water in het algemeen.
De geheele oppervlakte der aarde is eigenlijk, gelijk wij
gezien hebben , eene bestendige afwisseling van hoogten en
laagten , van bergen en dalen , doch bijna der laagten is
met water gevuld, terwijl naauwelijks '/j boven het water
uitsteekt, van hetwelk de dalen, soms in aanzienlijke uit-
gestrektheid, met onderscheidene aardsoorten zijn aangevuld
(vlakten).
Het land, hetwelk zich boven het water verheft, is over
den geheelen aardbodem zeer ongelijk verdeeld, en onregel-
matig van gedaante. Op ieder halfrond der aarde vindt men
eene hoofdmassa , welke zich, in geweldige breedte, rondom
de noordpool uitstrekt, zoodat dezelve zich hier, op eenige
weinige mijlen na, raken, doch naar het zuiden toe in ke-
gelvormig uitloopende spitsen eindigen , die door uitgestrekte
watervlakten gescheiden zijn, en van welke de zuidelijkste
slechts tot ongeveer 55® Z. B. naar beneden loopt. — De
groolste massa vastland, op het oostelijk halfrond, heet de
oostveste (het oostelijk vastland), of db oude wereld , daar
wij eene oudere geschiedenis van het menschelijk geslacht op
dezelve kennen ; de kleinere massa, op het westelijk halfrond ,
heet de westveste (het westelijk vastland), of de nieuwe
wereld, dewijl zij ons eerst sedert 350 jaren bekend gewor-
den is. — De oostveste wordt, door insnijdingen der zee,
weder in twee ongelijke helften verdeeld , van welke de klei-
nere , zuidwestelijke, Afrika, de grootere, noordoostlijk,