Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
103
lene, opgeworpene, hoog roode lippen ; sterk uitstekende
wangbeenderen ; scheefstaande snijtanden ; eene terugstaande
kin ; en kromme becnen.
Deze stam bestaat uit de Negers, de Kaffers, enz., welke
de heetste streken der aarde bewonen , met name , Midden- en
Zuid-Afrika, alsmede, onder den naam van Papuaas, Nieuw-
Uolland en Nieuw-Guinea ; ook heeft dezelve zich uitgebreid
over Madagascar, op de meer verwijderde groote eiliïnden ,
van Diemcnsland cn Nieuw-Caledonie , ja misschien zelfs voor-
maals tot op Borneo, Java, Sumatra en de Philippijnsche ei-
landen : althans wonen in het binnenste van deze landen, zoo
i»ls ook van de Andamanseilanden , negerachtige menschen. —
In dezen stam hebben zeer sterke afwijkingen plaats, zoo heb-
ben de Kaffers eene geelachtige koperkleur en lang , wolachtig
haar; de van Diemenslanders, de Nieuw-Caledoniers en de
Papaaas pikzwart, krul baar.
De Hottentotten, in Zuid-Afrika, schijnen bij vermenging
nit verschillende rassen gesproten te zijn. Zij hebben den sche-
del der Maleijers , de kleur en baardeloosheid der Mongolen,
en het korte, krulle, wollige haar der Negers. — Tot dit
ras worden in het geheel gebragt 76 millioenen.
§ 113.
Het Amerikaansche ras.
Het Amerikaansche ras is bruinrood of koperkleurig; heeft
ongekruld zwart, ruw cn spaarzaam haar; een breed, doch
niet plat gezigt; in tegendeel sterk geteekende gelaatstrekken ;
uitstekende kinnebakken; een laag voorhoofd ; diep liggende
oogen; en den neus eenigzins ingedrukt, doch onder weder
vooruitstekend en stomp. Hetzelve heeft verscheiden onder-
afdeelingen, die zich door een' ligter of donkerder kleur
onderscheiden. De meening, dat de leden van dit ras gee-
nen baard hebben , is thans , door naauwkeurige nasporingen ,
genoegzaam wederlegd. Onder hetzelve zijn begrepen de oor-
spronkelijke bewoners van Amerika, behalve de Eskimoos en
de Peseherahs. Dit ras wordt geacht den overgang uit te ma-
ken tusschen den Kaukasischen en den Mongoolschcn stam,
en bevat omtrent 11 millioenen.