Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
dezen stam behooren de bewoners van gansch Europa, be-
halve de Laplanders en de Finnen; van West-Azie, tot aan
den Obistroom , den Belur-Tagh en den Ganges ; van Noord-
Afrika, tot aan den Senegal en den Niger, alsmede van do
Noordoostelijke kust; gezamenlijk omstreeks 485 millioe-
nén in getal. De Europeaan wordt wegens de regelmatig-
heid zijner trekken voor het sehoonste lid van dezen stam
gehouden. De lichtbruine huidkleur der Hindoos en der
hooglandsche Abyssiniers, of de donkerbruine der Berbers en
der nederlandsche Abyssiniers vormt geene wezenlijke afwij-
king ; want zij is niet onveranderlijk.
§ 78.
Het Mongoolsche ras.
De Mongoolsche stam wordt ook wel de Tartaarsehe genoemdi
Deszelfs kenteekenen zijn: eene geelbruine, ten deele zwart-
gele kleur; zwart, straf en spaarzaam haar; een vierkante
schedel; een breed, plat, zamengcdrukt gelaat; eene breede
en vlakke ruimte tusschen de kleine, langwerpige, weinig ge-
opende, eng gesplitste oogen ; een platte neus ; sterke, ronde,
zijdwaarts uitstekende wangbeenderen ; eene enge, regtlijnige
mondopening ; eene spitse kin ; en groote, afstaande ooren.
Tot dozen stam behooren juist de Tartaren niet, maar de bewo-
ners van Indie aan gene zijde van den Ganges (behalve de Malei-
jers), de Chine.sen , de Japanczen , de eigenlijke Mongolen ,
de Kalmukken , de Kirgisen en de Mandschuren ; in Europa de
Laplanders en de Finnen ; in Noord-Amerika de Groenlanders
en de Eskimoos, van de Behringsstraat tot aan Labrador : ge-
zamenlijk omstreeks 396 millioenen.
§ 112.
Het Ethiopisch ras.
De onderscheidingsteekenen van den Ethiopischen stam of
het Negerras zijn : eene zwarte en donker zwartbruine kleur ;
eene fluweelzachte, weeke huid; kort, wollig, zwart haar;
een smalle schedel , aan de zijden eenigzins zamengcdrukt;
een sterk gewelfd , rond , hobbelig voorhoofd; zeer vooruit-
stekende ougen ; een breede , opgewipte neus; dikke, gezwol-