Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
101
kleur , die alJenskens ook op de natuurkleur der huid invloed
heeft. — Niet algemeen bevestigt zich de stelling, dat naar
het noorden toe de haren blond, naar het zuiden steeds
zwarter zijn, daar zelfs in de koudste landen niet slechts
enkele personen, maar geheele stammen, zoo als de L.iplan-
ders cn de Samojoden, met zwart haar gevonden worden.
Op kleur en wasdom der haren heeft de levenswijze den meest
afdoendcn invloed.
§ 109.
Onderscheiding der menschen in rassen of hoofdstammen.
Ten gevolge nu van deze, grootendeels nog onverklaarbare,
verscheidenheden heeft men getracht, naar de overeenkomsten
in deze afwijkingen, de menschen tot zekere hoofdsoorten
terug te brengen, on zoo het gchcole menschelijk geslacht
in zekere bepaalde rassen of hoofdstammen te vereenigen en
te verdeden, welke de enkele natiën, als dc verwante huizen
van eene familie, in zich bevatten.
Gebruikelijk neemt men aldus vijf rassen of stammen der
menschen aan , en wel 1 ° het Kaukasisch ras, 2° het Mon-
goolsche ras, 8° het Ethiopisch ras, het Amerikaansche
ras, en 5° het Maleische ras. — Op de groote handelplaatsen
van Azie, in het bijzonder van Indie, kan de reiziger alle
deze rassen te zamen aanschouwen.
§ 110.
liet Kaukasisch ras.
Het Kaukasisch ras, hetwelk zich bijzonder onderscheidt
door eene bl.tnke huid en ongekrulde haren , heeft voorts den
schedel van eenen schoonen regelmatigen vorm, het gelaat
blozend , dat is , de wangen min of meer met rood onderloo-
pen ; naar liet noorden toe meer blonde haren en blaauwe
oogen , hoe verder naar het zuiden des te brainachtiger vel,
zwartere oogen en donkerder haar; meer bijzonder nog een
rond hoofd, langwerpig smal aangezigt, niet zeer scherp ge-
toekende gelaatstrekken, een vlak voorhoofd, eenen zacht
gebogen neus , kleinen mond , loodregten stand der snijstan-
den , weeke zachte lippen , en eene ronde, volle kin. — Tot