Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
seien verklaard worden , die den geest niet in te groote be-
weging brengen. Dc frage wezenstrekken van menig, ook
Euroieescb, volk ontspruiten slechts uit deszelfs karakter.
Overigens mismaakt de wilde niet zelden zijn gelaat nog op
eene kunstige wijze, doordien hij zijn' neus plat drukt (Negers,
Caraïben, bewoners van Sumatra-en der Gezelschapseilanden),
groote gewigten in de ooren hangt, neus en lippen door-
boort , enz.
§ 106.
Schedelvorm.
Niets is, naar de onderzoekingen van den nieuweren tijd,
meer overeenkomstig, dan de schedelvorm der bijzondere
personen van denzelfden stam, terwijl daarentegen de on-
derscheidene stammen in denz^ven aanmerkelijk van elkan-
der afwijken. De oorzaak hiervan zoeken de schcdelkundi-
gen (craniologen) in de, slechts ten deele verklaarbare, ver-
standelijke verscheidenheid der menschen , welke natuurlijk
bij enkele personen derzelfde natie niet zoo groot kan zijn ,
als bij die van verschillende natiën. Deze daadzaak is ech-
ter nog met andere verbonden. Eenige volken leggen hunne
kinderen namelijk , van hunne vroegste jeugd af aan, zoo
ter neder, dat de zwaarte des ligchaams , althans ten deele,
op het hoofd rust, andere wederom anders. Dit heeft , zoo
lang de schedel nog vormbaar is, grooten invloed oj) deszelfs
gedaante. Zeer vele wilde stammen in Amerika en Afrika
drukken , gelijk ook zelfs voormaals eenige volken in Europa
plagten te doen, de schedels der pas geboren kinderen in
eenen eens aangenomen gebruikelijken vorm. Deze blijft
waarschijnlijk allengskens erfelijk , en wordt zoo vaststaande
schedelvorm der natie. Men kan deswege, slechts met in-
achtneming dezer waarnemingen, uit de schedels de verdee-
ling der hoofdstammen van het menschelijk geslacht opmaken.
§ 107.
Ligchaamsgestalte.
Eene verdere verscheidenheid onder de bewoners der aarde
1'