Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
schaving, met de Patagoniers hetzelfde klimaat gemeen heb-
bende , tevens eene gelijke levenswijze voerden , waarschijn-
lijk even echte reuzen; veel grooter toch mag de mensch wel
nooit geweest zijn. Daarentegen wijken , door hunne klein-
heid , van de gewone middelmaat af de bewoners der koude
poollanden , de Laplanders, de Samojeden, de Ostiaken , de
Eskimoos en de Groenlanders, die slechts vier voet hoog
zijn. Deze menschen moeten daar de schuld van het klimaat
boeten , even als de dieren en de planten : zij krimpen in
een, en worden ware dwergen. Tusschen deze beide uiter-
sten staan de overige volken der aarde, welker middelbare
grootte niet veel over de vijf voet bedraagt.
§ 106.
Gelaatstrekken.
Eene veel grootere verschillendheid ontwaart men in de
gelaatstrekken der menschen. Niet slechts ieder enkel mensch
heeft zijne eigene bijzondere gelaatstrekken, door welke hij
zich, bij de grootste gelijkenis met anderen, toch steeds
van alle overigen volkomen onderscheidt en kenbaar maakt,
maar ook de groote natiën hebben, ten gevolge van hunne
gemeenschappelijke afstamming, in hun gelaat zekere bepaalde
karaktertrekken , welke allen , of althans den meesten , die
tot dezelfde natie behooren, erfelijk aankleven, en waardoor
zich daarentegen de eene natie van de andere onderscheidt.
Deze karaktertrekken zijn bij de eene natie meer algemeen,
vaster en bepaalder, dan bij de andere, naarmate zij zich
meer van >reemd bloed rein en onvermengd bewaard gehou-
den heeft. Buiten de afstamming hebben op dezelve echter
ook de bijzondere soort van bezigheden , de graad van werk-
dadigheid , de burgerlijke inrigtingen en de staatkundige toe-
stand (slavernij, vrijheid, enz.), en, voor alles, de inwen-
dige gesteldheid van den geest en des genioeds (hartstogten ,
valsche of opregte, geheimzinnige of opene inborst, bescha-
ving , enz.) eenen gewigtigen invloed. De regelmatige schoon-
heid der bewoners van vele deelen der Eilnndwereld kan slechts
uit een ongestoord levensgenot en degelijkheid der verschijn-