Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
97
meer ineiisclien geboren , dan er sterven. Indien het legenovergestelde
plaals had , moest dc volksmenigte overal afnemen , en hel gansehe
menschclom vieldra iiilslerveii , terwijl helielve thans integendeel overal
sleeds toeneemt , waar niet toevallige of voorbijgaande oorzaken zulks
verhinderen. Op deze en verdere lalverhoiidingen der geboorte- en
sterfgevallen , der huwelijken en der beide seksen , legen en onder el-
kander , is het , dat men de begrooting van de geheele bevolking der
aarde gegrond heeft.
§ 104.
Verscheidenheid der menschen.
Alle deze mensehen , hoewel gezamenlijk van hetzelfde ge-
slacht, komen echter in hunne uiterlijke gedaante, niet zoo
zeer met elkander overeen , dat men bij dezelve niet eenige
verscheidenheden zoude ontwaren , te weeg gebragt door den
invloed der luchtstreek, in welke zij wonen , der levenswijze,
welke zij voeren, der voedingsmiddelen , welke zij gebrui-
ken , en der gewoonten , welke hun allengskens zijn eigen
geworden. Ten gevolge der afwijkingen , hierdoor ontstaan,
zijn de menschen hoofdzakelijk onderscheiden in grootte,
gelaatstrekken, schedelvorm , ligchaamsgestalte en kleur ; alle
welke verscheidenheden echter nooit zoo verre gaan , dat zij
den mensch zijne mensehelijke natuur doen verloochenen:
in tegendeel doen zich, in de overblijvende sterke overeen-
komsten , steeds de leden van een en hetzelfde groote ge-
slacht herkennen.
§ 105.
Verschillende grootte.
In grootte onderscheiden zich voornamelijk de Patago-
ïiiers, die in het zuiden van Amerika wonen, tusschen de
rivier La Plata en de straat van Magellaan. Zij zijn gewoon-
lijk meer dan zes voet lang, cn hebben, wegens den ge-
weldig sterken bouw huns ligchaams, een nog grooter, in-
derdaad reusachtig, voorkomen. Zonder twijfel is zulks het
gevolg van hunne gezonde levenswijze en van den invloed ,
dien de vrij ruwe luchtstreek, in welken zij leven , uitoefent.
Zoo waren ook onze voorouders, toen zij, nog zonder be-
7