Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
96

§ 103.
Getal der Menschen,
Zoo wemelt dus al het land der aarde van het geslacht
der menschen, en hunne menigte is ontelbaar: althans eene
naauwkeurige bepaling en opgave van derzelver getal is gansch
onmogelijk ; want wie vermag te tellen de bewoners van het
binnenste der woeste bosschen van Amerika ? wie die van de
ondoorvorschte kern van Alrika ? wie de zwervende horden
der jager- en herdervolken van Azie ? wie eindelijk vermag te
zeggen, hoe vele nog aan ons met hunne woonplaatsen geheel
en al onbekend zijn?
Bij begrooting echter heeft men getracht tot eene min of
meer waarschijnlijke som te naderen, en zoo beloopt, volgens de
waarschijnlijkste opgave, het gezamenlijk getal der menschen ,
die gerekend worden de aarde thans te bewonen , omtrent
1000 millioenen , van welke op Europa moeten komen onge-
veer 248, op Azie 566, op Afrika 138, op Amerika -45, cn
op Australië 3 millioenen.
iiii
-I
M I
De nalmirlijkc leeftijd van den mensch is ongeveer zesmaal zoo lang ,
als de tijd der kinderjaren, welke men op vijftien rekent, en dus van
80 tot 90 jaren. Wel is waar overschrijden enkele menschen dit tijd-
perk , doch de meeste bereiken hel nog op verre na niet, en worden
door ziektenen toevallen van allerlei aard met en zonder hunne schuld ,
veel vroeger weggerukt. Het meest treft dit lol de kinderen der teerste
jeugd, van welke het vierde gedeelte reeds in het eeiste jaar sterft,
terwijl twee vijfde nog niet het Ivveeèntwintigste jaar bereiken. De
orde, welke de dood onder de menschen in acht neemt, is bewon-
derenswaardig , hoe menigvuldig en ingewikkeld ook deszelfs oorzaken
mogen zijn. Bij groote massa's bevindt zich , onder eene gelijke som
gestorvenen, bijna altijd hetzelfde aantal van denzelfden leeftijd. Vol-
gens deze waarnemingen, valt de middelbare ouderdom , dien de men-
schen bereiken, in doorsnede, slechts tusschen de 34 en 40 jaren;
van 30 menschen sterft er dus jaarlijks een. Neemt men aan , dat
op de geheele aarde 1000 millioenen menschen leven , dan moeten ,
naar die wel , in ieder jaar 33,333,333 sterven , en wel iederen dag
91,324 , ieder uur 3805 ; iedere minuut 63; iedere seconde een , en
in 20 seconden nog een daarenboven. In den regel worden er steeds