Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
95
schcn , meer dan eenig ander schepsel, over de geheele aar-
de uitgebreid : tot bijna aan derzelver uiterste eindpalen, de
polen, toe, waar niets is, hetwelk ten verblijve zoude kun-
nen uitlokken; tot in de donkerste wildernissen der wouden,
waar zij met en van de verscheurende dieren leven ; tot op
de meest verwijderde eilanden , midden in de zee gelegen,
waarheen men naaiiwelijks begrijpen kan, hoe zij er gekomen
zijn ; tot in het midden der geweldigste zandwoestijnen, op
de eenzame oasen, dringt de mensch door, en verheugt zich
in zijn bestaan.
De vroegere meening van de onbewoonbaarheid der heete en koude zo-
nen is, ten gevolge der latere ontdekkingen , thans geheel verdwenen.
De woningen der menschen breiden zich uit tot over de grenzen der
vegetatie , en waar het land niet in slaat is den mensch te voeden , daar
zoekt hij zijn voedsel in het water. In Groenland beginnen de woonplaat-
sen der Eskimoos boven de 80® N. B ; de Hudsonsbaai is rondom bewoond.
Van daar af aan wordt het land, naar hel zuiden toe, steeds volkrij-
ker, en de meest bevolkte en beschaafde staat, dien Amerika vroeger
had , werd door den evenaar doorsneden. Aan de andere zijde der hee-
te zone wordt de bevolking weder dunner; maar zelfs de zuidelijkste,
uiterst koude en onlvruchbare spits van Amerika , Vuurland , wordt be-
woond. De oude wereld is , van de Noordkaap , onder 71« N. B., tot
aan de Kaap de Goede Hoop , en van de zuilen van Hercules (straat
van Gibraltar) tot aan de kaap Tschukolskoi loe, min of meer met
menschenwoningen vervuld , die slechls door woeslijnen , welke vol-
strekt geen voedsel verleenen , worden afgebroken. Deze grenzen slui-
ten de uiterste graden van hitte en koude in zich y en beide verdraagt
de mensch, terv^ijl geen enkel viervoetig dier een van beide met hem
kan doorslaan. Onder de eilanden van aanmerkelijke grootte heeft men
slechls Spitsbergen en Nova Zembla in het noorden , en de Falklands-,
de Kergoelen- en ten deele de Sandwichseilanden in het zuiden , zon-
der bewoners gevonden. De koude aardstreken zijn het minst , de
gematigde het meest algemeen , de heete deelswijze zeer sterk bewolkt.
Bijna schijnt het, dat de mildere oorden der heete zone , en de warmere
der gematigde luchtstreken den mensch, gelijk voor planten endieren,
liet gezondste , en door de natuur lot zijne voornaamste en liefste ver-
blijfplaatsen bestemd zijn.