Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
W.
VI.
■ " De Mensch.
§ 101.
Algemeene beschouwing.
Onder alle wezens, welke deze aarde bevolken, komt ge-
wisselijk de eerste rang toe aan den mensch. Door zijn lig-
chaam , in hetwelk wij een beeld der schoonheid aanschou-
wen , nog meer echter door de vermogens van zijnen geest,
steekt bij verre boven al zijne medescheppelen uit. Met deze ,
als een natuurlijke zoon der aarde, uit dezelfde stof gescha-
pen en op gelijke wijze aan de wetten der natuur, aan de
noodzakelijkheid van voortplanting en voeding, en aan eenen
onvermijdelijken eindelijken ondergang onderworpen , onder-
scheidt hij zich van alle andere dieren , met name van alle
viervoetige zoogdieren, door de edelste kenteekenen : door
zijnen regtstandigen gang, die hem alleen eigen , voor welken
alleen zijn ligchaam geschikt is ; door het hem alleen ver-
leende werktuig der spraak, en boven alles, door dat, het-
welk hem tot het verkrijgen van algemeene begrippen , en
tot' verstandelijk overleg in staat stelt, hetwelk hem het
goede van het kwade leert onderscheiden , het laatste leert
vlieden, en naar het eerste leert streven , .hetwelk hem in
alles tot het ware, goede en schoone aan.spoort, ja, het-
zelve gebiedt te zoeken, te bevorderen, en, zoomogelijk,
daar te stellen, om aldus, sleeds het verhevene beoogende,
aan zijne hooge bestemming te voldoen. — Door dit laatste
vermogen, hetwelk hem eene uitgemaakte overmagt geeft
boven alle overige dieren, acht hij zich met grond geregtigd,
zich als den heer der aarde te beschouwen, cn alle voort-
brengselen derzelve, naar welgevallen , tot zijn nut te ge-
bruiken. Ja, zonder hem zoude de oppervlakte der aarde
eene woestenij , zouden de voortbrengselen derzelve zonder
doel zijn. De mensch alleen ordent, onderzoekt, veredelt,
geniet met bewustzijn , met dank en bewondering, en verheft