Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
89
C. Uit het rijk der de!/'stoßen.
§ 98.
Edele gesteenten.
De edele gesteenten , welke de kostbaarste en duurste van
alle waren zijn, dienen insgelijks sleebts tot sieraad. Het
zijn kleine steentjes, die, door hunne hardheid, doorzigtig-
heid , glans en kleur, boven alle andere stecnen uitmunten.
Men vindt dezelve in de gebergten cn in de beddingen der
rivieren van eenige landen , waar dezelve van de gewone
keisteenen naauwelijks te onderscheiden zijn. Hunne schoon-
heid wordt eerst zigtbaar, wanneer zij geslepen en gezet zijn.
De hardste en kostbaarste edele steen is de diamant, die
meerendeels zonder kleur is, gelijk bet reinste water. Op
dezen volgen de robijn , welke rood, de safher, die hemels-
blaauw, de smaragd, welke donkergroen, de topaas, die
geel, de ametist, die violetblaauw is, en meer anderen van
geringere waarde. De edele gesteenten maken , inzonderheid
in het oosten, het hoofdzakelijkste bestanddeel der zooge-
naamde schatkamers uit ; doch het gebruik derzelve in rin-
gen enz. is bijna algemeen, hetwelk tot eenen gewigtigen han-
del met dezelve aanleiding geeft. De schoonste komen uit
de heete zone, en in het bijzonder uit Oostindie en Brazilië.
§ 99.
Metalen.
Da.irentegen zijn van een algemeen , hoogst gewigtig, en
zelfs bij de ruwste volkeren bekend gebruik :
De metalen, die bijna overal door de bergwerken verkre-
gen worden. Men deelt dezelve in edele en onedele. Tot
de edele behooren het goud en zilver, welker waarde zoo
algemeen erkend is, dat dezelve, bijna over de geheele aarde,
waar het aan andere waren ter ruiling ontbreekt, als waar
gegeven en begeerig gezocht worden. Van daar gebruikt men
ze ook als geld, en berekent naar dezelve den prijs der wa-
ren , en van alle andere dingen. Voorts bezigt men zo tot