Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
sleuning bij den arlieicl en tot vele andere voordeelen, die-
nen de veeteelt en de visscherij.
§ 93.
Veeteelt.
Bij de veeteelt, welke in eene bijzondere pleging en hoe-
ding van tamme dieren bestaat, behoort in de eerste plaats
vermeld te worden het rund- of hoornvee, hetwelk met zijn
smakelijk en gezond vleeseh. en met zijne melk ons voedt,
alsmede, door zijn' huid en haar , in onze kleeding en andere
behoeften voorziet. Verder het edele en nuttige paard, in
zwakte onze steun, bij den arbeid onze helper, in den strijd
onze bondgenoot, steeds onze vriend, zelfs nog na zijnen
dood ons dienstig. Het schaap, overal te huis, niet alleen
door zijn melk en vleeseh, maar ook door zijne wol, inliet
bijzonder ons nuttig ; gelijk bet zwijn , wegens deszelfs vleeseh
en borstels. Voorts de ezel j de kameel; de lama ; in Oost-
indie , de elefant; in de poolstreken, de hond, tot trekken
en dragen ; het rendier, voor den armen noordlander voeder
en dekker, steun en trekker, en alles; en eindelijk het pluim-
gedierte of hoendervee , en de bijen.
§ 96.
Visscherij.
Het eerste doel der visscherij is de voeding der menschen ;
er worden echter door haar ook nog vele andere voordeelen
verkregen. Visscherij wordt aan alle kusten van de zee, in
meren en rivieren , en, waar deze niet toereikende zijn , in
vijvers , gedreven. Zeer veel toerustingen , onkosten en voor-
zorgen vereischt die soort van vischvangst, die, verre van
huis, door gansehe vloten wordt uitgeoefend, en welke men
de groote visscherij noemt. Tot deze brengt men :
De haringen. De haringen komen alle zomer, in ontelbare
scharen , uit de Noordelijke ijszee naar de Noordzee afzak-
ken , waar zij bij millioenen gevangen en ingezouten worden.
De wal vischvangst. Het vleeseh der walvissclien kunnen
slechts wilden eten cn lekker vinden. De Europeërs ontne-