Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
nen worden, zijn voor het verkeer der volkeren van bijzon-
der gewigt.
De verfwaren , als indigo, meekrap , en andere.
Voortbrengselen van weelde.
Tot meerendeels onnut, dikwijls sehadelijk tijdverdrijf,
hetwelk de gewoonte tot behoefte maakt, worden gebezigd:
de tabak, de betel, en het opium. Zoo de snuif-, als de
rooktabak, wordt van de bladeren eener plant bereid, die
ook wel in koudere streken, zoo als in Duitschland en Gel-
derland , groeit, doch in de warmere oorden veel beter tiert.
Het opium is het bedwelmende sap van eene papaversoort,
die aan warmere landen eigen is , en de betel het blad van
eenen struik , die, met de arekanoot toebereid , gekaauwd
wordt, om zich eenen welriekenden adem te verschaflen.
B. Uit het Dierenrijk.
Voortbrengselen, welke tot kleeding dienen.
De zijde. Deze vormt, als het ware , den overgang van het
planten- tot het dierenrijk : een dier namelijk , de zijdeworm,
spint ze als rups, en dit dier leeft slechts van de bladeren
van den moerbezicboom. Noch de moerbezieboom , noch de
zijde, ïijn voor de koude zoo gevoelig, als de boomwol-
struik ; beide komen ook in onze streken voor.
Het pelswerk. De pelzen zijn vellen van wilde dieren, die
met bijzonder digte en zachte haren bedekt zijn, zoo als de
wolf, de vos, de losch, de eekhoren, de bevor, de sabel
of het sabeldier, de hermelijn, de zeeotter en anderen.
Deze dieren zijn vooral in de koudere streken te huis. Daar
de pelterijen echter ook door de bewoners der warmere oor-
den , deels tot bedekking tegen koude, deels tot sieraad
uit weelde, gezocht worden, maken dezelve een gewigtig
voorwerp van den handel uit.
Voornamelijk tot voedsel, maar ook tot deksel, tot onder-