Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
grijpen onder dezelve slechts de fijnere kruiderijen , met name:
de nagels of nagelbollen en de nagelbloem , zijnde de gedroogde
vruchten en bloesemknoppen van den nagelboom; de mus-
caatnoot en foelie, de noot van eenen boom en de teere
schaal dier noot; het kaneel, de schors van eenen boom ; de
voortreffelijke gember; en de peper, insgelijks de vrucht van
eenen boom. Alle deze boomen treft men thans bijna nog
slechts in Oostindie aan.
De artsenijplanten, van welke de voornaamste, de kina,
de rhabarbcr , de ipecacuanha , de sassaparille , de ginseng ,
de roonische kamille en vele andere een beduidend voorwerp
van den handel uitmaken. Hiertoe kan men ook verscheiden
reukwerken, b. v. de myrrhe, de wierook, velerhande bal-
sems, enz. brengen.
§ 91.
Voortbrengselen , ivelke tot kleeding dienen.
Het vlas, eene plant, uit welke het linnen of het lijnwaad
bereid wordt, gelijk mede, uit derzelver vrucht, de lijnolie.
Zoo ook de hennip , het Nieuw-zeelandsch vlas, en verschei-
dene soorten van netels.
De boomwol of het katoen, de vrucht van eenen struik ,
die eene soort van hulzen draagt, in welke de wol bevat is.
Deze struik kan geene koude verdragen.
§ 92.
Voortbrengselen , welke tot bevrediging van vele uitwendige
behoeften dienen.
Het hout, hetwelk deels tot bouwen , deels tot brandstof,
deels tot het vervaardigen eener menigte van allerhande ge-
reedschappen , werktuigen en huisraad gebruikt wordt, en ,
tot deze verschillende bestemmingen , ook in eene verwonder-
lijke verscheidenheid en menigte voorhanden is.
Het timmerhout tot huizen en in het bijzonder tot sche-
pen , het brandhout, hetwelk in vele streken in de plaats van
den daar ontbrckenden turf treedt, het verfhout, hetwelk
stof tot verwen bevat, die van hetzelve door koken gewon-