Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
heeft dezelve naauwelijks noodig. Hun kokend bloed wekt
de zinnelijkheid op en verlangt glans en pracht, — om deze
te bevredigen hebben zij het fijnste goud en de schitterend-
ste diamanten. Nergens daarentegen, wat zekerlijk hoogst
merkwaardig is, vindt men omtrent den evenaar ijzer.
§ 87.
Voortbrengselen der koude zone.
Geheel anders ziet het er in de koude zonen uit. Hier
groeijen , wel is waar , in de lange zomerdagen eenige gewas-
sen met eene ongeloofelijke snelheid omhoog, doch nog voor-
dat zij tot eene behoorlijke rijpheid kunnen geraken , worden
zij reeds niet zelden door de koude overvallen en gedood.
Het plantenrijk kan hier den mensch weinig voedsel verschaf-
fen. Dit verlies vergoedt eene ontelbare menigte van visschen,
welker liefste oponthoud de ijszeeën zijn. De bewoner heeft
geen' ergeren vijand, dan de koude, en, hem tegen deze te
beschutten , moet eene groote menigte dieren met het warm-
ste pelswerk dienen. De jagt dezer dieren verschaft hem de
noodige beweging, en houdt zijn stollend bloed in omloop.
Het rendier alleen , hetwelk zich zijn voedsel zelf onder den
sneeuw weet weg te halen , maakt deszelfs ganschen veerijk-
dom uit, en is in 'tgeheel zijn eenige schat, maar voorziet
ook in Jille behoeften, welke in andere oorden vele bijzondere
veesoorten slechts gezamenlijk bevredigen.
§ 88.
Voortbrengselen der gematigde zonen.
Het gelukkige midden tusschen beide houden de gematigde
zonen , en vereenigen tevens van beide het beste. De groote
verscheidenheid van het weder in derzelver landen maakt
deze tot het voortplanten en ten verblijve der meeste voort-
brengselen geschikt. Van daar vindt men in dezelve de groot-
ste menigvuldigheid van aard- en boomvruchten zoo wel,
als van dieren : van daar is landbouw en veeteelt de bezigheid,
aan hare bewoners toegewezen. De wijnstok is ook het ei-
gendom der gematigde zonen.
k