Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
ï)c morgen en avontbchemering , welke ontstaat door de eigenschap
der lucht, de zonnestralen te breken, houdt zooveel langer aan , als
de hoek scherper is , dien de dagelijksche baan der zon met den ho-
rizon maakt. Doordien de dampen, die in de lucht hangen, de zon-
nestralen breken, wordt hel morgen- cn avondrood te weeg gebragt j
even als , onder andere omstandigheden , ten gevolge van het breken
en terugwerpen der zonnestralen door de regendroppen, de zoogenaam-
de regenboog ontstaat.
§ 82.
Electrische en vurige luchtverschijnselen.
Tot de electrische en vurige luchtverschijnselen eindelijk
behooren: het onweder (bliksem en donder), het weerlicht,
het St. Elmsvuur, de waterhoozen of watertromben, de
dwaallichten , de vuurkogels, de sterresnuitsels , en het noor-
der- cn zuiderlicht.
Algem. Aanm. Onder den naam van meteorologische instrumenten
begrijpt men die natuurkundige werktuigen , welke ter waarneming
van den loesland der hichl en van de veranderingen , welke in dczeWe
voorvallen, gebruikt worden. Buiten den reeds genoemden Barometer,
Ilygroineter en Hyeïometer, bedient men zich vooral van den Thermo-
meter , welke den graad der koude of warmte aanduidt. De Barometer
of zwaarlemeter, welke ook, bij voorkeur, met den algemeenen naam
van weerglas pleegt bestempeld Ie worden , geniet het meeste vertrou-
wen , alsof men uit hefzeive het toekomstige weder vooraf zoude kun-
nen erkennen ; hiertoe is het echter ontoereikend ; zoo als men over
het geheel nog geene zekere regelen kent, om de gesteldheid des we-
ders vooraf te bepalen, Hel minste echter hebben , tol nog loe al-
thans, de poging«»n willen gelukkrn , hetzelve uit den stand der ster-
ren . of uit zekere conslellatien af te leiden.
V.
oorthrengselcn.
§ 83.
Begrip en onderscheiding.
De natuurlijke toestand van het land en het water, en de
luchtgesteldheid, welke in de bijzondere oorden der aarde