Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
vooral ook mot ons land. — Hooge bergen kunnen regen aan-
brengen en tegenhouden. Zij trekken de vochtige dampen
sterk aan , en gewoonlijk vormen zich om hunne kruinen de
eerste wolken van den aanstaanden regen. Een hooge, zich
verre boven de omstreken verheffende berg kan als weertee-
ken dienen. In bergachtige streken regent het menigvuldi-
ger, dan in de vlakten; van daar zijn zij ook veel rijker aan
bronnen en beken. In de binnenlanden , of verder van de
zee verwijderde oorden, is het weder bestendiger ; het regel-
matigste echter daar, waar de wind niet dikwijls omzet:
in de heete aardstreek en in derzelver nabijheid. In meer
dan eene streek is de hemel bijna altijd helder en klaar, en
regent het uiterst zelden , b. v. in Arabie en Opper-Egypte.
In andere oorden heeft de verandering van het weder steeds
op denzelfden tijd plaats. Bijna in alle landen van de hee-
te zone komt de regen met de zon, zoodat derzelver
zomer de regentijd, derzelver winter integendeel helder en
droog, en bet aangenaamste jaargetijde is.
§ 79.
Dampen , luchtverschijnselen.
Dc dampen, welke van alle deelen der aardoppervlakte,
in eene geweldige menigte, onophoudelijk tot zeer verschil-
lende hoogten in de lucht opwaarts stijgen , zijn van eenen
zeer verscheiden aard, de meeste echter waterachtig, ver-
mits het grootste gedeelte der aarde met water bedekt is, en
ook van bet land zich vele waterachtige dampen verheffen.
Door de bijzondere verhouding dezer gemengde dampen on-
der elkander en door derzelve." werking ontstaan in den
dampkring velerhande hichtverschijnselen of meteoren. We-
gens de groote menigte waterdeel en , welke steeds in de lucht
voorbanden zijn, is deze bestendig min of meer vochtig. Om
den graad der vochtigheid waar te nemen , bedient men zich
van den Hygrometer.