Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
76
Amerika houdt de verbetering van het klimaat met de uit-
breiding der kuituur gelijken tred. Daarentegen kan ook, in
bergachtige streken , door het uitroeijen van bosch een aan-
merkelijk nadeel voor het weder ontstaan, wanneer daardoor
de toegang geopend wordt aan ruwe winden.
§ 77.
Invloed van den bodem.
Uit stilstaande waters en moerassen ontwikkelt zich eene
schadelijke lucht, welke dikwijls voor de naburige oorden
verderfelijk wordt. Zoo lijdt Rome door de Pontinische moe-
rassen , en Toskane van de Maremma. Dit kwaad kan ech-
ter soms, door het afleiden des waters en de uitdrooging van
den grond , verholpen worden, zoo als het b. v. in Pisa en
Livorno gebeurd is. — In zandige en dorre vlakten is de
lucht heet en droog, en de wind, die over dezelve heen-
strijkt , wordt gloeijend, en somwijlen doodelijk. Nergens
op aarde is de hitte grooter , dan op de westkust van Mid-
den-Afrika , aan het Groene voorgebergte , in Senegambie cn
Guinea, dewijl de oostewind, die daar heerscht, over de
brandend heete Afrikaansche zandwoestijnen heen gegaan is ;
aan de oostelijke kusten toch is juist diezelfde wind verfris-
schend. Van eenige andere verderfelijke winden hebben wij
boven reeds gesproken.
Tot bepaling der temperatuur dient de Thermometer (warmteme-
ter) , uit welker voorlgezette waarneming, op eene bepaalde plaats,
de middelbare temperatuur derzelve wordt opgemaakt.
Over het weder.
Juist dezelfde oorzaken bepalen ook het weder cener streek ,
waarbij de winden meestendeels de hoofdrol spelen. Hoe ver-
anderlijker de wind is, des te veranderlijker is ook het we-
der. De ligging van een land nabij de zee, in het bijzon-
der , wanneer het laag is, brengt eene nevelachtige, droeve
lucht, en menigvuldige afwisseling van wind en weder te
weeg. Dit is het geval met Engeland en Denemarken, en