Boekgegevens
Titel: Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Schröder Steinmetz, Lodewijk Adolf
Uitgave: Groningen: W. van Boekeren, 1839
2e verm. en verb. dr; 1e uitg.: 1835
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1172 E 34
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205249
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
gebreken, dan wel aan mijne bijzondere wijze van srien durf
toeschrijven, ik moet belijden, dat bij alle gaarne erkende
voortreffelijkheden dier werken, geen echter in zijn geheel mij
ook slechts eenigermate heeft kunnen voldoen): dit hier in alle
zijne bijzonderheden aan te wijzen en uiteen te zetten , zoude
en te lang , en tevens overbodig wezen; een ieder, der zake
behoorlijk kundig, zal zulks reeds bij den eersten opslag kunnen
bemerken, en, zoo ik vertrouw, bij nader cn naauwkeuriger
onderzoek, door zich zelf genoegzaam geregtcaardigd vinden.—
In het bijzonder heb ik getracht alles zoo veel mogelijk stelsel-
matig en geleidelijk in te rigten: immers het behoef t geen betoog,
hoezeer daardoor het verstand en het oog in de gelegenheid gesteld
worden , aan hot geheugen te hulp te komen. Ook heb ik alles
zóó doen drukken, dat zich het meer algemeene en noodzakelijke
ligtclijk van het meer bijzondere en toevallige laat onderscheiden,
zoodat men bij het onderwijs ook eerst alleen het eerste kan
gebruiken, en voorts later tot het laatste kan overgaan , tenoijl
men tevens de bijzondere hoofddeelen gevoegelijk, bij opvolging,
telkens in eenen bij zonderen cursus zal kunnen doorloopen. Dat
ik eenige stukken vooral uitvoeriger en naauwkeuriger behandeld
heb, dan gewoonlijk geschiedt, zulks heb ik slechts gedaan, om
aan de daaromtrent bestaande behoefte te gcmoet te komen, zoo
als ik over het geheel bijzonder in die punten heb trachten te
voorzien, loelke gemeenlijk het meest vermist worden. Wat
eindelijk de menigvuldige aanduiding der geographische lengte en
breedte van bergen, stéden, enz. betreft, deze heb ik, overal
icaar ik zulks noodig oordeelde, deswege zoo naauwkeurig opge-
gegeven, om de ligging, vooral van die punten zoo ved te juister
aan te wijzen en te beter te doen vinden, welke ons door de ge-
wone kaarten gemeenlijk of in het geheel niet, of althans slechts
(jebrekkig worden voorgesteld, en wel in het bijzonder op kaarten
zonder namen , welker gebruik ik bij hei aardrijkskundig onder-
wijs alleeins van het grootste nut acht.