Boekgegevens
Titel: Algemeene geschiedenis ten gebruike bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs
Deel: I Oude geschiedenis
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2417
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205208
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene geschiedenis ten gebruike bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
90
DE STRIJD DEE DIADOCHEN, ENZ.
een weg gebaand had, een eigen vorstendom in Galatia
zou stichten. Onder Antiochus den Groote kwam Syrië in
aanraking met de Romeinen, die onder Pompejus in 64
v. Chr. het laatste overblijfsel inlijfden. Macedonië was
nu eens het tooneel van binnenlandsche troontwisten —
zelfs Pyrrhus van Epirus maakte er zich een tijdlang van
meester, — dan weêr trachtte het zijne oude heerschappij
over Griekenland uit te breiden, hetgeen bij de ontaar-
ding der Atheners, die een Antigonus Doson, als een
God aanbaden, niet moeilijk viel. Met de krachtiger
regeering van Philippus V beginnen de twisten met Rome,
die onder diens zoon Perseus met de onderwerping van
het rijk zouden eindigen.
Griekenland herkreeg nooit meer zijn' vorigen bloei.
Het was voortdurend ten prooi aan burgertwisten, vooral
tusschen de twee groote verbonden: het Achaïscli, door
Philopoemen en het Aetolisch door Aratus gesticht, die
aan vreemdelingen slechts eene te gunstige gelegenheid
voor inmenging boden. Het verst van de oorspronkelijke
zeden was Sparta ontaard, waar de poging van den edelen
Cleomenes III om tot de Lycurgische wetgeving terug te
keeren met diens dood op het slagveld te Sellasia (222).
een vroegtijdig einde nam. Ook de bloeitijd der kunsten
was voorbij, maar de wetenschap vond nog steeds ernstige
beoefenaars, wier geschriften zelfs op de latere Europee-
sche ontwikkéling een beslissenden invloed zouden uit-
oefenen.