Boekgegevens
Titel: Algemeene geschiedenis ten gebruike bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs
Deel: I Oude geschiedenis
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2417
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205208
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene geschiedenis ten gebruike bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page

SPARTA EN DE WETGEVING VAN LYCURGUS.
geweld onderworpenen en krijgsgevangenen werden als
slaven, Heloten., aan de Spartanen overgeleverd.
Op deze verdeeling berustten alle staatsinstellingen.
Reeds op hun zesde jaar werden de Dorische knapen
aan het ouderlijke huis ontrukt en door den staat tot
krijgers opgevoed. Zwakke of mismaakte kinderen werden
naar den Taygetus gebracht, waar de Perioiken ze op-
voedden en daarentegen krachtige Perioikenzonen soms
als Doriërs aangenomen. Zij werden geleerd zich te
harden tegen honger en dorst, koude en hitte, en alle
lichamelijke smarten. Hun verstand werd niet geoefend;
alleen moesten zij eenige krijgszangen en godsdienstige
liederen van buiten leeren, en trachten hunne gedachten
in zoo weinig mogelijk woorden uit te drukken (Lako-
nismen).
Ook op later leeftijd bleven zij aan den staat behooren.
Zij leefden steeds, evenals in den krijg, in tentgenoot-
schappen, en aten met hun vijftienen aan openbare tafels
(syssitiën) krachtige, eenvoudige spijs (de Spartaansche
bloedsoep). Zelfs de koningen waren daarvan niet vrijge-
steld. De stad moest zonder muren blijven en alleen
vertrouwen op de kracht zijner inwoners. Alle weelde-
was verboden en ook de omgang met vreemde volken,
om niet tot navolging te verleiden. Voor hunne be-
hoeften zorgden de Perioiken, die ook hun lanti moesten
bebouwen,'terwijl groote helotenjachten het gevaar van te
sterke vermeerdering der slaven moesten afwenden , en de
jongelingen reeds vooruit het krijgvoeren konden leeren.