Boekgegevens
Titel: Algemeene geschiedenis ten gebruike bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs
Deel: I Oude geschiedenis
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2417
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205208
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene geschiedenis ten gebruike bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
,DE HELDENTIJD. 45
Athene van den Egyptenaar Cecropsde Peloponnesus
van Dunaus en Pelops.
Later kwamen bij deze Pelasgen andere stammen, die
met hen samensmolten tot het volk der Hellenen. Over
zee kwamen uit Klein-Azië, dedie steeds, gelijk
de Atheners, de zeevarende volken gebleven zijn. Zij
verdrongen weldra de Phoeniciërs uit de Grieksche zeeën
en dreven een' uitgestrekten handel, die dikwijls met
zeeroof gepaard ging, tot aan die zeerooverijen een eind
gemaakt werd door koning Minos van Creia., die een
machtig zeerijk stichtte en later om zijne rechtvaardigheid
door de Grieken als rechter in de onderwereld werd
opgenomen.
Een andere stam, die zich in Griekenland vestigde,
was die der Doriërs. Door naburige volken uit Thessalië
verdrongen, trokken zij onder hunne koningen, die zich
de nakomelingen van Heracles noemde, naar het zuiden,
lieten een gedeelte achter in Doris en vestigden zich
in den Peloponnesus, waar zij drie staten stichtten, Sparta ,
Messenië en Argolis. Men noemt dezen tocht , ongeveer
1200 v. C., de Dorisc/ie voiésver/iuizing of den terugkocht
der Heracliden.
§ 31. Door deze vestiging der Doriërs werd de oor-
spronkelijke bevolking verjaagd en uit hare woonplaatsen
opgedrongen naar de kust, waar zij zich, zoowel Doriërs,
Joniërs als Aeoliërs, inscheepten, om aan de andere zijde
der zee een nieuw vaderland te zoeken. Zoo begon de
Grieksche kolonisatie., die in later eeuwen voortgezet, al