Boekgegevens
Titel: Algemeene geschiedenis ten gebruike bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs
Deel: I Oude geschiedenis
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2417
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205208
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene geschiedenis ten gebruike bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE INDIËRS. II
en bewust van hunne geestehjke meerderheid, hadden
deze van de laatste oorlogen, waarin hunne hulp om de
goden gunstig te stemmen, herhaaldelijk ingeroepen was,
gebruik gemaakt, om hun' invloed steeds te vergrooten
en allengs een geheel leerstelsel uitgedacht, waarop zich
hunne macht blijvend zou gronden. Machtiger dan alle
goden , leerden zij, is het gebed, dat de goden overhaalt, ja
dwingt de wenschen der stervelingen te bevredigen. Brahma,
het gebed is dus de oppergod., de vader der goden, waar-
uit zij alle hun oorsprong nemen. En niet alleen de go-'
den, al wal leeft, al wat is, heeft aan hem zijn aanzijn
te danken. Uit zijn mond schiep hij de Brahmanen, uit
zijn arm de Ksatrija's, uit zijn dij de Wesja's en uit zijn
voeten de Soedra's. Het is dus niet het beroep, dat de
menschen van elkaar scheidt, maar de geboorte, de af-
stamming: geen Soedra kan een W^esja, geen Wesjaeen
Ksatrija, geen Ksatrija een Brahmaan worden, tenzij door
den dood. Het zijn niet meer verschillende standen van
menschen, maar rassen, varna's, kasten. Gelijk zij alle
uit Brahma zijn voortgekomen, zoo zullen zij alle
door tallooze wedergeboorten, gereinigd van het stof,
weêr tot Brahma, den eenige, den oneindige, terug-
keeren; de booze evenwel zal zich steeds verder van hem
verwijderen, en dieper dalen in de rei der wedergeboor-
ten, om in verhouding van zijne misdaden als soedra,
als dier of zelfs als plant te herleven. Zoo leerden zij het
volk, terwijl zij zelve door diepzinnige onderzoekingen
tot het wezen der dingen trachtten op te klimmen en de