Boekgegevens
Titel: Algemeene geschiedenis ten gebruike bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs
Deel: I Oude geschiedenis
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2417
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205208
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene geschiedenis ten gebruike bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
CAJUS JULIUS CAESAR. 135
cajus julius caesar.
§ 94. Na den slag bij Thapsus in Rome teruggekeerd,
begon Caesar aan zijn groot werk, de hervorming van
het geheele Romeinsche rijk en de afschaffing der mis-
bruiken, die tot nu toe elke verbetering in den weg
hadden gestaan. Eerst tot dictator voor lo jaar benoemd,
werd hem later de dictatuur voor het leven toevertrouwd,
terwijl hij, na ook andere ambten als dat van consul er
bij bekleed te hebben, zich eindelijk tot imperator voor
zijn leven liet benoemen, een titel, die alle staatkundige
macht in zich moest vereenigen en ook later door de
keizers als het symbool der monarchie werd aange-
nomen. De senaat daarentegen, welks ledental hij tot 900
vermeerderde, werd tot een eenvoudigen staatsraad met
raadgevende macht teruggebracht. Bij de burgers moest
het verschil in macht en rang verdwijnen, en allen gelij-
kelijk de onderdanen van den Romeinschen heerscher zijn.
Met die bedoeling werd het Romeinsche burgerrecht ook
aan de Cisalpijnsche Galliërs en verschillende steden der
provinciën, gelijk Gades, geschonken, terwijl de anderen
meest allen het Latijnsche recht ontvingen. Tegenover de
arme burgers zette hij het plan van Gracchus voort, en
zond ze in massa naar de provinciën om daar Romein-
sche koloniën te stichten en zoo het geheele gebied te
romaniseeren. Carthago en Corinthe waren de twee voor-
naamste dier koloniën. De graanuitdeelingen aan het volk