Boekgegevens
Titel: Algemeene geschiedenis ten gebruike bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs
Deel: I Oude geschiedenis
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2417
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205208
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene geschiedenis ten gebruike bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
MARIUS EN SULLA. 12 3,
§ 87. De heerschappij van den senaat was met al hare
misbruiken in Rome teruggekeerd, en aan de belangen
der onderdanen werd niet meer gedacht. De Italiaansche
bondgenooten, die reeds herhaaldelijk tot belooning voor
hunne diensten in den oorlog het burgerrecht hadden
verzocht, grepen eindelijk naar de wapenen, toen hun
vriend, die hun de vervulling hunner wenschen had
toegezegd, de consul Livius Drusus, in zijn huis ver-
moord was, en begonnen den bondgenooten oorlog (91 — 79),
die Rome den ondergang nabij bracht. Zij wilden Rome
vernietigen en de stad Corfinium, nu Italica genoemd,
tot hoofdstad maken. Het was minder de krijgskunde
der Romeinen dan wel hun eigen verdeeldheid, vooral ten
gevolge der Papirische en Julische wetten , die eerst den
trouw geblevenen en later hun, die tot Rome overgingen,
het burgerrecht verzekerden, die hun voornemen deed
mislukken. De meesten gingen allengs tot Rome over en
alleen in de gebergten werd de oorlog nog jaren lang
voortgezet.
Een ander gevaar bedreigde de Romeinsche wereldheer-
schappij uit het Oosten. In het Aziatische Pontus, aan
de Zwarte Zee, regeerde koning Mithradateseen echt
Oostersch despoot, van buitengewone geest- en lichaams-
kracht, die geene middelen tot bereiking van zijn doel
ontzag en Azië van de Romeinsche heerschappij wilde
bevrijden. Door de handelingen van een Romeinsch stad-
houder verbitterd, begon hij den oorlog met het Ephesisch
moordbevel uit te vaardigen, tengevolge waarvan 60.000,