Boekgegevens
Titel: Algemeene geschiedenis ten gebruike bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs
Deel: I Oude geschiedenis
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2417
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205208
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene geschiedenis ten gebruike bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
MARIUS EN SULLA. 121
alle vervolging wist' te vrijwaren. Eindelijk verkreeg het
volk, verontwaardigd over de houding zijner regenten,
bij de verkiezingen van het jaar 107 de benoeming van
den krijgsman Marius, den zoon van een' boer uit Ar-
pinum, tot consul, schoon deze niet tot de regeerende
geslachten behoorde. Hij verving den wakkeren Metellus,
dien de aristocratische partij te laat aan het hoofd van
het leger gesteld had, en versloeg Jugurtha bij de Muthul,
zoodat deze steun moest zoeken bij den naburigen koning
Bocchus van Mauretanië. Marius' onderbevelhebber, de
aristocratische Sulla, wist van dezen vorst door slimme
onderhandelingen de uitlevering van Jugurtha te verkrijgen,
die in een' Romeinschen kerker den hongerdood stierf.
De aristocraten schreven de eer van de overwinning toe
aan Sulla, maar het volk aan Marius, die van 104 tot
IOC vijfjaren achtereen tot consul verkozen werd. Vandaar
ontsproot reeds de vijandschap tusschen deze twee mannen,
die later tot bloedige burgertwisten aanleiding zou geven.
§ 86. Weldra zou Marius het volk op nieuw aan zich
verpUchten, door Rome te redden van den inval der
Cimbren en Teutonen, Keltische volken, die uit het
noorden van Europa de Alpen waren overgetrokken,
een' inval in het noorden van Italië deden, en zelfs bij
Arausio een Romeinsch leger totaal versloegen. Marius
trok tegen hen op en na zijne soldaten door kleine
schermutselingen aan het gezicht der woeste , met dieren-
huiden bekleede Kelten gewend te hebben, versloeg hij
•eerst de Teutonen, die zich naar Gallië begeven hadden,