Boekgegevens
Titel: Algemeene geschiedenis ten gebruike bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs
Deel: I Oude geschiedenis
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2417
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205208
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene geschiedenis ten gebruike bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
Il6 DE OORLOGEN IN MACEDONIË, AZIË EN SPANJE, ENZ.
gave. Eens onderworpen, nam het land evenwel gretig
de Romeinsche beschaving aan, zoodat het met zijne
hoogescholen zelfs later een middelpunt van kunsten en
wetenschappen werd en aan Rome in Trajanus een zijner
beste keizers zou leveren.
§ 80. Gelijk het Westen de Romeinsche beschaving
ontving, onderging Rome den invloed van het Helleen-
sche Oosten. In dezen tijd bereikte de stad het toppunt
van haren bloei en innerlijke kracht. De twist tusschen
Patriciërs en Plebejers was bijgelegd en de nieuwe partijen
stonden nog niet scherp genoeg tegenover elkander om
tot nieuwe burgertwisten aanleiding te geven, terwijl
het gemeenschappelijk gevaar allen verbond in den ijver
voor de redding van hun vaderland. Nooit heeft Rome
zich grooter getoond, dan toen Hannibal voor zijne poor-
ten stond. Nü was de overwinning verzekerd, en alle
landen aan de Middellandsche Zee waren, zoo niet inge-
lijfd, dan toch van Rome's wil afhankelijk. Al hunne
schatten stonden te zijner beschikking, maar de oude
eenvoud van zeden was nog niet verloren gegaan. De
censor Cato is de verpersoonlijking van den Oud-Romein-
schen burger in zijn' practischen zin, zijn streng rechts-
gevoel, zijne Spartaansche zelfbeheersching en zijne stijf-
hoofdige gehechtheid aan de vaderlijke gewoonten. De
jongeren dweepten met Grieksche kunst en Grieksche be-
schaving en in het huis der Scipio's vond het jonge
Helleensche Rome zijn vereenigingspunt. Het beroemde
graf dier familie bewijst den bloei der beeldende kunsten