Boekgegevens
Titel: Algemeene geschiedenis ten gebruike bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs
Deel: I Oude geschiedenis
Auteur: Bruyne, J.A. de
Uitgave: Schiedam: J. Odé, 1882
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2417
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205208
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algemeene geschiedenis ten gebruike bij het middelbaar en gymnasiaal onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
101 DE TWISTEN TUSSCHEN PATRICIËRS EN PLEBEJERS.
ten zij er de beteekenis van, door verschillende bevoegd-
heden aan andere ambtenaren op te dragen. Zoo stelde
men censors aan, die toezicht op de zeden moesten uit-
oefenen, en het gewichtige staatkundige recht verkregen
om burgers wegens hunne levenswijze in eene hoogere of
lagere klagse te plaatsen, terwijl de praetor belast werd
met de rechtspraak in Rome.
Door de aanneming der Licinisch-Sextische wetten \a.n
Licinius Stolo en Lucius Sextus in 367 werd de tegen-
stand der Patriciërs gebroken. Het waren drie wetten,
met opzet vereenigd, om door het bevredigen van ver-
schillende belangen de aanneming te eerder te verzekeren.
De eerste was de akkerivet., die bepaalde, dat niemand
meer dan 500 jugera of kwartbunder land mocht bezit-
ten en het mee^rdere onder de arme burgers zou verdeeld
worden; de tweede, de schuldwét., hield in, dat de schul-
den verminderd zouden worden met den betaalden interest,
terwijl de derde voorschreef, dat een der consuls steeds
uit de Plebejers moest gekozen worden. Door latere wet-
ten werden ook achtereenvolgens de andere ambten voor
de Plebejers opengesteld, en toen de wet van Poetelius
{313) bepaald had, dat niemand meer met zijn persoon
aansprakelijk zou zijn voor zijne schulden, en de wet van
Ogulnius den Plebejers ook toegang verleende tot de
priestercollegiën, was in 300 de volkomen gelijkstelling
der standen verkregen. Na dezen tijd kende men slechts
het onderscheid tusschen rijken en armen (optimates en
populäres) of tusschen ambtsadel (nobiles) en diegenen,