Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
87,
Deze benaming, ontleend aan het Fransch , hetwelk twee tijden van
die wijs Ie conditionnel noemt, drukt zeer gebrekkig uit, wat zij
beteekenen moet, en geeft tot misverstand aanleiding, daar men
eigentlijke voorwaardelijke zinnen in den Indicativus stelt, b. v.
Indien hij mij belooft te zwijgen, zal ik het hem, zeggen.
De benaming Cogitativus of Bloot voorstellende wijs, door den
heer bookda bedacht, is verreweg verkieslijker.
De Conditionalis, Cogitativus oi Bloot voorstellende wijshtdt
vier tijdvormen: twee, die eene handeling als onvoleind, en
twee, die haar als voleind voorstellen:
Onvoleind: 1. Ik sprak of sprake. Ik zou of zoude spreken.
Voleind : 2. Ik had of hadde ge- 4. Ik zou of zoii,de gespro-
sproken. ken hebben.
De vormen sprake, hadde en zoude komen thans alleen in eenen
meer deftigen stijl voor; doorgaans zegt en schrijft m^xw sprak,
had, zou. De vormen 1 en o geven de werking als onvoleind,
2 en 4 als voleind te beschouwen; S en 4 worden uitsluitend
in hoofdzinnen, 1 en 2 doorgaans in bijzinnen, doch ook wel
in hoofdzinnen gebezigd. Zoo kan men zeggen: Ik zou het
doen, en: Ik deed het (hoofdzin), indien ik kon (bijzin),
maar men zegt niet: indien ik zou kunnen. Gaan wij thans
de beteekenis en het gebruik van den Cogitativus na.
Wanneer men zegt: Ik zou het u zeggen, indien ik het wist,
dan spreekt men van iels te zeggen en iets ie weten, terwijl
men het in de werkelijkheid niet zegt en niet weet. De zin
of gedachte komt dus niet met de werkelijkheid overeen. Zou
die overeenstemming plaats hebben, dan had men moeten zeg-
gen : Ik zeg het u niet, omdat ik het niet weet. Vraagt
men, waarom men zich niet op de laatste wijze heeft uitge-
drukt, het is, omdat men eigentlijk iets anders, iets meer wilde
te kennen geven, dat uit zoodanig eenen zin in den cogitativus
kan getrokken worden, doch hetwelk men meestal aan den
hoorder overlaat zich daarbij te denken. Deze gevolgtrekking