Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
86,
Al onze sjjraakkunsten brengen de vormen y en J: Ik zou
spreken en Ik zou gesproken hellen, tot de Aanvoegende, of
liever tot de Voorwaardelijke wijs, waarin zij zeker ook het
meest gebruikt worden; doch hun komt ongetwijfeld evenzeer
eene plaats in de Aantoonende wijs toe, vermits zij ook dik-
wijls voorkomen in zinnen, die wel degelijk met de werkelijk-
heid overeenstemmen. Wij zullen dit met een paar voorbeelden
bewijzen. In den zin: Mijn vriend zal met den laatsten spoor-
trein komen, en daarom g a ik naar het station om hem op
te wachten, wordt alles, hij zal komen zoowel als ik ga,
gedacht, als met de werkelijkheid in overeenstemming; en
daarom staan hij zal komen en ik ga in de aantoonende wijs.
Maar in deze betrekkingen tot de werkelijkheid komt geene de
minste verandering, wanneer ik den volgenden dag, het ge-
beurde verhalende, zeg: Mijn vriend zou met den laatsten
spoortrein komen, en daarom ging ik naar het station om
hem op te wachten. Indien ik ging, volgens het bijna algemeen
gevoelen en zoo als de vorm des werkwoords, vooral in de ou-
dere talen, ook onwedersprekelijk bewijst, tot den Indicativus
behoort, dan bestaat er geene reden om niet ook hij zou ko-
men tot dien modus te brengen. Men begaat dus eene grove
inconsequentie, wanneer men zou in dit en dergelijke gevallen
tot den Conditionalis of Cogitativus rekent. In hetzelfde geval
verkeeren blijkbaar: Zij vreesden, dat het onweder hen over-
vallen zou. Hij leloofde te komen, zoodra hij zijn werk
zou gedaan hellen. Wij hebben daarom niet geaarzeld,
ook de vormen; ik zou spreken en zou gesproken hellen, owAtt
de tijden van den Indicativus op te nemen.
De vormen, die men aan het werkwoord geeft, wanneer men
zich iets voorstelt, dat in de werkelijkheid niet is, of niet zóó
is als men het voorstelt; of liever, wanneer men de werkelijkheid ge-
heel ter zijde zet en buiten rekening laat, is men sedert eenigen tijd
gewoon de Voorwaardelijke wijs of den Conditionalis te noemen.