Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
81,
dan wil hij hem eenvoudig positief of negatief genoemd hebben.
Wij meenen dit te moeten afkeuren, omdat zulks met de
Logica is niet overeen te brengen. Men zou dan immers eene
vierledige verdeeling krijgen, in welke de hypothetische en de
categorische zinnen de uiterste soorten uitmaakten, waar tus-
schen nog de positieve en negatieve zouden gelegen zijniÄyjuo-
thetische, positieve, negatieve en categorische. Maar deze verdee-
ling voldoet wederom niet aan den regel: formae sint repugnantes,
dewijl de eene soort de andere niet uitsluit; daar toch een
hypothetische of categorische zin altijd ook positief of negatief
zal wezen. Wat zou men van eene verdeeling zeggen als de
volgende: Alle menschen zijn of gezonden, of mannen, of vrouwen,
of zieken? Wil men den leerling het onderscheid tusschen:
Metalen zi/jn smeltbaar, en: Alle metalen zijn smeltbaar. Boor
wrijving ontstaat warmte, en: Boor wrijving ontstaat al tij d,
of in alle gevallen warmte, doen opmerken — wat ik zeer
nuttig vind — men leere, hem stil zwijg end
categorisch, de tweede uitdrukkelijk categorisch noemen. Treft
men eens eenen zin aan, die stilzwijgend categorisch is, doch
om waar te zijn met zekere beperking had moeten uitgesproken
worden, zoo als het voorbeeld, door den heer roorda bijge-
bracht: HNapoleon was een groot man', zoo zegge men hem, dat
sommige gedachten weieens ten onrechte categorisch geuit wor-
den, terwijl zij eigentlijk hypothetisch moesten zijn; endatmen
zulke zinnen wel eens te categorisch noemt. Doch men vergete
dan niet daarbij te voegen, dat dit eene onwetenschappelijke
en onjuiste uitdrukking is, vermits categorisch eigentlijk eene
absolute eigenschap aanduidt, die voor geene trappen of graden
vatbaar is, even weinig als sterfelijk en onsterfelijk. Noemt
men eenen zin te categorisch, dan wil men te kennen geven,
dat de gedachte, die er in opgesloten ligt, niet categorisch is,
en derhalve, dat men zich verkeerd heeft uitgedrukt; of men
zegge liever, dat de g e d a c h t e niet goed is , niet met de waarheid