Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
74,
klaard worden, dus ook die van kunnen en moeten, wanneer
deze woorden in vragen logische mogelijkheid en noodzakelijk-
heid uitdrukken. Wij hebben derhalve ook problematische, as-
sertorische en apodictische vragen te onderscheiden, hoe vreemd
dit ook klinken moge.
Een ander overtuigend blijk van de nadeelige gevolgen eener
verkeerde definitie vinden wij op blz. 10 en 11. Als voorbeel-
den van problematische zinnen vinden wij daar opgegeven, niet
alleen: h Mog elijk vertrekt hij morgen. Het kan waar zijn.
n Het kan zijn", maar ook: //Het is mog elijk, dat hel ge-
H leurt. Het komt mij onwaarschijnlijk voor, dat hij dat
!> gezegd zou hebben. Ik twijfel, of het wel zoo is." In deze
laatste voorbeelden liggen wel is waar de problematische oor-
deelen: Het geheurt mog elijk. Hij heeft het w aar sc hij n-
lijk niet gezegd. Het is waarschijnlijk niet zoo, opgeslo-
ten; maar dit maakt de zinnen zelve, zoo als de heer roorda
ze daar neergeschreven heeft, daarom nog niet problematisch; en hij
zou ze zeker niet als voorbeelden van problematische zinnen
hebben opgegeven, indien hij eenen zin als de uitdrukking eener
gedachte, en niet als de uitdrukking van den zin eener ge-
dachte beschouwde. De bedoelde zinnen toch zijn voor de Lo-
gische Analyse, die de uitdrukking te verklaren heeft, as-
sertorisch, niet problematisch. Daar het nu ongetwijfeld van
belang is, dat de leerling zulks duidelijk inziet, zoo meenen
wij het betoog niet achterwege te mogen laten, te minder,
omdat het ons in de gelegenheid zal stellen om nog eenige
opmerkingen te maken, die tot het juiste begrip der logische
mogelijkheid en noodzakelijkheid kunnen bijdragen.
In de eerste plaats zij herinnerd, wat wij boven, blz. 31 en 45
hebben aangetoond, dat de soortverdeeling der zinnen gegrond
moet zijn op de koppeling, dat is op hunne betrekking tot
den spreker en op de betrekking tusschen de subjecten en pre-
dicaten onderling, en dat de beteekenis of inhoud der subje-