Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
73,
daar zoo even gescheld? Wie heeft dat pakje bezorgd?, dan
houd ik het niet voor bloot mogelijk, maar voor werkelijk en
zeker, dat iemand een pakje bezorgd heeft, en dat er ge-
scheld i s. Derhalve ligt wel in de subjectieve vragen een pro-
blematische zin opgesloten, maar niet in de objectieve. Een
nieuw blijk, hoe noodzakelijk de onderscheiding der subjectieve
en objectieve vragen is. — Maar behooren nu alle subjectieve
vragen tot de problematische, en alle objectieve tot de asserto-
rische zinnen? In geenen deele; dezelfde onderscheidingen, die
wij ten opzichte der oordeelen of stellingen hebben leeren ma-
ken, zijn ook op de vragen toepasselijk. Men gevoelt het on-
scheid tusschen de volgende subjectieve vragen: Kan hij het
gedaan hebben? Heeft hij het gedaan? Moet hij het gedaan
hebben, of kan het een ander geweest zijn? De eerste vraag
behoort blijkbaar tot de rubriek der problematische, de tweede
tot die der assertorische, de derde tot die der apodictische
zinnen. Hetzelfde onderscheid zal men opmerken bij de vol-
gende objectieve vragen: Wie kan dat gedaan hebben? Wie
heeft dat gedaan? Wie moet dat gedaan hebben? De wijze
echter, waarop de heer roorda de zaak voorstelt, geeft aan-
leiding om alle vragen voor problematische zinnen aan te zien.
Te eer zal men hiertoe geneigd zijn, wanneer men met Z. H.
Gel. eenen zin of eene phrase aanmerkt als de uitdrukking van
aden zin eener gedachte', en de phrase daarom ook naar den
zin der gedachte classificeert; want in de vraag: Komt hij he-
den te hds? ligt ongetwijfeld ook de gedachte: Hij komt mo-
gelijk heden te huis, opgesloten. Daar wij echter meenen de
Logische Analyse als eene voorbereiding voor de studie der ta-
len, niet voor de Logica of Psychologie te moeten beschou-
wen, zoo moet het ons alleen te doen zijn om de gedachte,
die werkelijk uitgedrukt is, niet om alle mogelijke gedachten,
die men bij gevolgtrekking uit eenen zin opmaken kan. De
kracht van ieder woord, dat in eenen zin voorkomt, moet ver-