Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
61,
zaak in een problematisch, de andere in een assertorhch oor-
deel spreekt. Zoo zal a zeggen: Wij zullen onzen vriend x
misschien heden avond ook zien. Neen, zegt b, die x zoo-
even gesproken heeft, niet misschien., maar zeker zullen
wij hem zien, want hij heeft mij verzekerd, dat hij ook hier
komen zou. — Voor den wiskundige is de zin: Be drie hoeken
van eenen gelijkzijdig en driehoek zijn gelijk, een apodictisch
oordeel, omdat hij inziet, dat het niet anders zijn kan; terwijl
diezelfde zin voor den in de meetkunde onervarene bloot asser-
torisch is. Was de mensch alwetend, doorzag hij het verband
van alle dingen, hij zou zich alleen in apodictische oordeelen
uiten. — De modaliteit behoort dus blijkbaar tot die zijde der
koppeling, die naar den denkenden geest gericht is.
Er bestaat driederlei mogelijkheid en noodzakelijkheid. Men
onderscheidt namelijk \. physische oi natuurlijke, ook vtelreëele
genoemd, 2. moreele of zedelijke en 3. logische mogelijkheid
en noodzakelijkheid. De drie soorten van mogelijkheid worden
door Prof roorda, blz. 18, aldus gedefinieerd: // Physisch of
tl natuurlijk mogelijk is dat, waartoe de noodige natuurlijke
//krachten of vermogens aanwezig zijn, en dat door geene na-
//tuurlijke krachten verhinderd wordt." Zoo is het physisch mo-
gelijk, dat een mensch denkt, eet, drinkt, slaapt; dat iemand,
die schrijven geleerd heeft, eenen brief schrijft; dat een geoe-
fend jager eenen haas treft, enz. Omgekeerd is physisch on-
mogelijk al hetgeen, waartoe de noodige vermogens ontbre-
ken, of dat door natuurlijke krachten verhinderd wordt; b. v.
dat een pas geboren kind spreekt; dat een beschonkene gere-
geld denkt; dat een gekerkerde zich begeeft, waarheen hij wil
// Moreel of zedelijk mogelijk is, wat iemand doen mag, wat
//hem vrij staat en niet verboden is; ook alles, wat met de
// gemoedsgesteldheid of gemoedsstemming van een zedelijk we-
//zen niet in strijd is, waartegen geene overwigtige redenen
//bestaan, die het verbieden of er van terughouden." Wij zou-