Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
60,
noodwendig bestaan moet, bestaat ook werkelijk. Wij
hebben daarom gemeend de problematische, assertorische en apo-
dictische zinnen, welke op die begrippen steunen, en insgelijks
eene volledige en welgeordende reeks uitmaken, in verband met
elkander te moeten behandelen, vooral omdat alleen op die
wijze het eene begrip het andere kan ophelderen. De heer
ROOKDA is van een ander gevoelen geweest, en heeft gemeend
de beschouwing der hypothetische, categorische en disjunctieve
zinnen, ofschoon tot andere rijen behoorende, tusschen de be-
beschouwing der problematische en der assertorische te moeten
inschuiven, en dus doende heeft hij dexi zamenhang tusschen
de problematische en de assertorische en apodictische in de
schaduw gesteld en voor eenen ongeoefende geheel onkenbaar
gemaakt. Zijn H. Gel. zal zeker zijne wijze redenen gehad heb-
ben om, op het gevaar af van volstrekt niet begrepen te wor-
den, van den regel der gewone Logica af te wijken; wij be-
kennen echter gaarne niet op de hoogte te staan om die rede-
nen te bevroeden. Dit durven wij nogtans bescheiden verzeke-
ren, dat het zoo abstracte en reeds zoo moeilijke leerstuk der
modaliteit door die verbreking der orde niet gemakkelijker is
gemaakt.
De grondslag namelijk van de drieledige verdeeling der oor-
deelen is datgene, wat men sinds lang gewoon is de modaliteit
der oordeelen te noemen. Door de modaliteit van eenen zin
verstaat men dus bepaaldelijk zijne verhouding tot de werke-
lijkheid, dat is, de modus of wijze, waarop de uitgedrukte ge-
dachte met de werkelijkheid overeenstemt, en het is in deze
gewone beteekenis, dat wij ons voortaan van dit woord zullen
bedienen.
Bij eenig nadenken zal men inzien, dat de driederlei moda-
liteit in drie verschillende wijzen van koppelen bestaat, afhan-
kelijk van de kennis of van het inzicht des sprekers in den staat
van zaken. Van daar, dat de eene mensch over eene en dezelfde