Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
eener rede is de onderscheiding der zinnen, waeruit zij is
zamengesteld, met opgave van de soort, waartoe iedere zin be-
hoort. Die onderscheiding is niet afhankelijk van de subjecten
en predicaten ieder afzonderlijk, maar van de koppeling.
De eerste afdeeling handelt dus van de koppe-
ling en de daarop berustende soortverdeeling
der zinnen.
Wij zullen zien, dat alles, wat in de eerste afdeeling van
het werk des heeren egorda voorkomt, inderdaad de koppeling
betreft. Slechts ééne onderscheiding der zinnen, die in subje-
ctieve en objectieve namelijk, is er niet op gegrond; maar het
vervolg zal leeren, dat zij inderdaad hier niet te huis behoort,
of ten minste even goed later bij de beschouwing der sub-
jecten en predicaten kan behandeld worden.
Is Schrijver ongelukkig geweest in de opgave van den
grondslag zijner soortverdeeling der zinnen, niet gelukkiger is
de benaming, die hij er aan geeft: wijze van uitdrukking.
Niet alleen maakt zij, gelijk wij gezien hebben, niet duide-
lijk, wat hij bedoelt, maar zij kan tot verkeerde gevolg-
trekkingen aanleiding geven. Schrijver zegt: n de zin of betee-
// henis van een zin ligt deels in de woorden deels in de wijze
nvan uitdrukking" Maar ligt de wijze van uitdrukking dan
ook niet reeds gedeeltelijk in de woorden, waarvan men zich
bedient, evenzeer als in hunne schikking en verbuiging? Drukt
men zijne gedachten niet juist en duidelijk uit, wanneer men
zoo wel de rechte woorden als de meest gepaste woordschikking
bezigt? Worden omgekeerd onze uitdrukkingen niet scheef of
duister, wanneer wij het rechte woord niet weten te vinden en ar-
chaïsmen of provincialismen gebruiken? Omgekeerd kan men
soms ééne en dezelfde gedachte op verschillende wijzen, d. i. met
verschillende woorden en met veranderde woordschikking, uit-
drukken, terwijl de zin, ook volgens Prof roorda, tot dezelfde
soort blijft behooren. Zoo is en blijft b. v. de zin: Zijne taak is