Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
den van den eersten en tweeden persoon, die natuurlijk geene
nadere bepaling behoeven, oudtijds slechts eenmaal werden uit-
gedrukt, namelijk onmiddellijk achter het werkwoord; alleen
dan, wanneer eene tegenstelling plaats had, werden zij met bij-
zonderen nadruk nog eens afzonderlijk vermeld, en dus eigent-
lijk herhaald.
Daar nu het werkwoord de symbolische aanduiding der
koppeling in zich bevat, zoo heeft men zich aangewend om
ook in de gedachten de koppeling aan het uitspreken van
het werkwoord te verbinden. Van daar in den regel geen
zin zonder werkwoord. Wordt dit verzwegen, hetwelk na-
tuurlijk alleen geschieden kan, wanneer het gemakkelijk te
raden is, dan heeft er doorgaans, zoo niet altoos, iets buiten-
gewoons plaats. De smart, de angst, de schrik, de verontwaar-
diging, de blijdschap kunnen het verstand beletten zijnen ge-
regelden gang te gaan, de ijver kan den tijd niet gunnen om
den ganschen loop der gedachteüiting behoorlijk ten einde te
brengen; in één woord, gemoedsbewegingen kunnen uitroepen
zonder werkwoorden afpersen; als: Ih ongelukkige! Brand!
Water! Moordt Die schurk! Goddank! Opgepast! Vuur!
Hier, hier! Ook oordeelen over handelingen of gezegden, of
verbeteringen van uitdrukkingen, onmiddellijk na het verrichten
of uitspreken tot den dader of spreker zeiven gericht, eischen na-
tuurlijk niet, dat de handeling nog eerst vermeld of het gezegde
herhaald worde, dewijl een en ander den hoorder bekend is.
Zulke oordeelen of verbeteringen bevatten daarom in den regel
geen werkwoord, en bestaan doorgaans uit slechts één of twee
woorden, b. v. Mis! Goed! Braaf! Ongetwijfeld! Misschien!
Mis geraden! Niet misschien, maar zeker! Buiten deze geval-
len strekt de onderdrukking van het werkwoord om aan den
zin het karakter van eene algemeen erkende waarheid te geven,
waarin de uitdrukking der koppeling bijna overtollig zou zijn,
omdat zij door iedereen wordt toegestemd. Van daar, dat het