Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
van den geest bij het vormen eener gedachte; te meer, omdat men
reeds sedert lang gewoon is het woord, dat die werking somtijds
uitdrukt, copula of koppelwoord te noemen. Intusschen moet
men de woorden koppeling, koppelwoord en copula (band) niet
altijd letterlijk opvatten, dewijl er gevallen bestaan, waarin
geene eigentlijke verbinding plaats heeft. Indien wij namelijk,
om bij ons voorbeeld te blijven, goed vinden te denken en te
zeggen: Tie hond vliegt niet, dan bestaat de derde actus in
iets geheel anders dan in het eerste geval. Wij zonderen wel
het begrip hond uit de voorstelling van den bewegenden
hond af, maar wij laten de plaatshebbende beweging voor hetgeen
zij is, en de synthesis of verbinding blijft achterwege. Wij ontleenen
dan van elders eene voorstelling van eene beweging, welke niet
door de tegenwoordig zijnde waarneming gegeven is, maar die
wij vroeger door analysis van andere waarnemingen, van vlie-
gende vogels en insecten namelijk, moeten verkregen hebben.
Nu kan men niet zeggen, dat er eene vereeniging, eene eigent-
lijke koppeling, van de begrippen hond en vliegen plaats
heeft; de derde actus bestaat hier in een scheiden.
In het laatste geval was het nog mogelijk voor den derden actus
eenen gepasten naam, scheiding, te vinden, maar welke bena-
ming zal men uitdenken, waneer de geest noch verbindt, noch
scheidt, als hij niet weet, of hij te koppelen ofte scheiden
heeft. In dit geval bevindt hij zich telkens, wanneer hij eene
vraag doet als deze: Is de buurman dood? Dat beteekent niet:
Ve buurman is dood, noch ook: De buurman is niet dood, en
toch is het eene gedachte. Het is meer dan een bloot ach-
tereenvolgend voorstellen van den buurman en van het be-
grip dood; en de vraag is iets meer dan een louter opnoemen
van die twee voorstellingen. Het kan dus niet ontkend worden,
dat mede in dit geval eene derde verrichting van den geest
plaats heeft, en dat de woorden buurman en dood niet maar
los naast elkander staan; doch men gevoelt, dat het hoogst