Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
levert. Eerst dan, wanneer men beide voorstellingen op zekere
wijze in verband brengt, ontstaat eene gedachte; en evenzoo
maakt slechts eene eigenaardige wijze van uitspreken, zeker on-
derscheid in toon, de woorden: de zon schijnt, tot eenen zin.
In eene gedachte komen dus drie wezentlijke verrichtingen van
den geest voor, namelijk: 1. Het zich voorstellen van eene sub-
stantie, van het onderwerp-, 2. het zich voorstellen van een accident
of onzelfstandigheid, van het gezegde; en 3. eene eigenaardige ver-
richting, die beide voorstellingen te gelijk betreft, waardoor zij
wederkeerig in verband gebracht, en de voorstelling van de sub-
stantie tot het onderwerp van het accident, en de voorstelling
van het accident tot het gezegde van de substantie gemaakt
wordt. Deze derde verrichting geschiedt niet altijd op dezelfde
wijze, maar komt onder verschillende vormen voor. Het is ech-
ter niet moeilijk te bepalen, welke vorm als de type te be-
schouwen is. Al onze gedachten zijn bf onmiddellijke of
middellijke uitkomsten van waarnemingen. De eerste gaan
natuurlijk vóór de laatste, die uit de eerste getrokken worden,
en reeds eene grootere mate van ontwikkeling, ten minste de aan-
wending van meer zielsvermogens vereischen. Gaan wij na, wat bij
eene waarneming voorvalt. Zien wij b. v., dat iets zich voor ons
heen beweegt, dan scheiden wij dadelijk in onzen geest het
zich bewegende voorwerp, hond, van zijne beweging, 1 oopen,
af, stellen ons beide afzonderlijk voor, en voegen oogenblikke-
lijk de beide voorstellingen weder zamen tot eene eenheid, die
wij gedachte noemen: Be hond loopt. Het een en ander ver-
richten wij wel is waar in eenen ondenkbaar korten tijd, maar
de gedachte, de hond loopt, die er de uitkomst van is, be-
wijst, dat het werkelijk geschiedt. Het eenvoudigste denken is
dus scheiden en weder vereenigen, analysis en syn-
thesis, en het is het vereenigen of koppelen, dat de gedachte
volkomen maakt. Het woord koppeling schijnt daarom wel de
geschiktste benaming te zijn voor den derden actus of werking