Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
•Ä'^dschSGhoc'nvi^-;
V'' }" (J' •
Wl, L.'. L'ö (
linge betrekkingen der dingen tot ons -bewustzijn; in één --------—■
woord al onze kennis ligt in den vorm van oordeelen bij ons
bewaard. Het is de Logica, die de vereischten der verschillende
soorten van hegrippeu en oordeelen leert kennen. En zou er
dan geene behoefte bestaan aan eene wetenschap, die zich daar-
mede opzettelijk bezig houdt? Zeker, indien men niet anders
dan juist denken kon, indien de zwakheid van den menschelij-
ken geest zich niet ook in het logische denken verried, dan
zouden wij die leermeesteres kunnen ontberen. Dat zulks ech-
ter het geval niet is, behoeft wel geen opzettelijk betoog.
Wanneer alle menschen uit het waargenomene richtige gevolg-
trekkingen afleidden, dan zouden allen van dezelfde zaak het-
zelfde begrip hebben, er eveneens en goed over denken, en het
woord dwaling zou dan niet bekend zijn. Er bestonden dan
niet zoo vele philosophische stelsels; er kon dan slechts een
enkel bestaan. De objectieve waarheid toch, de waarheid buiten
ons, is slechts één; indien er dus twee verschillende zienswij-
zen omtrent dezelfde zaak bestaan, dan moet bf ééne van beide,
of moeten beide onjuist wezen. Indien wij gedwaald hebben, dan
is het de Logica, die aanwijst, waar de misslag begaan is. Zij leert
ons onze feilen in het denken kennen en vermijden, maar zij
leert tevens de verkregene kennis op de geschiktste en bevattelijk-
ste wijze voorstellen en mededeelen. Zou de taalleeraar alleen
onfeilbaar wezen? zou hem de gave der mededeeling zijn aan-
geboren ?
Maar niet al ons denken strekt ter vermeerdering van onze of
anderer kennis. Wij denken ook over onze dagelijksche behoeften
en verrichtingen en over ontelbare dingen, die eigentlijk on-
verschillig zijn, waarbij noch ons verstand noch ons gemoed
iets wint. Er is dus ook nog een ander denken dan het eigent-
lijke logische. De gedachten, die wij daarbij vormen, zijn niet
alle oordeelen; wij uiten ze ook in vragen, uitroepen, wenschen,
bevelen. Deze vormen van gedachten maken wel een voorwerp