Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
anderen hebben opgemerkt, om haar en hare beoefening te
waarderen. Jonge lieden, die het geluk hebben gehad het onder-
wijs van verstandige, logisch denkende leermeesters te genieten,
hebben die behoefte aan hare voorschriften nog niet kunnen
gevoelen. Wat zij geleerd hebben, was wel toebereide voedzame
kost; zij hebben niet ondervonden, dat men ook de spijzen , voor
den geest bestemd, kan opdisschen na eene bereiding, die ze
onverteerbaar maakt; dat er afdwalingen van den menschelijken
geest kunnen plaats hebben, waardoor de waarheid misvormd
en voor opneming in het verstand ongeschikt gemaakt wordt.
Tegen zulke afdwalingen waarschuwt en behoedt de Logica.
Wij hooren niet gaarne, dat een schilder het schilderen, een
muzikant het spelen, een predicant of advocaat het preêken of
pleiten een vervelend werk noemt; wij denken dan ondanks ons
zeiven, dat hun werk broddelwerk is, en dat hun spreken wei-
nig indruk maakt. Even zoo zouden wij niet gaarne vernemen,
dat de philosooph, de denker bij uitnemendheid, het denken
droog, dor en vervelend noemde; dit zou zijne philosophie,
het resultaat van zijn denken, in verdenking brengen. Wat
men ongaarne doet, is zelden iets voortreffelijks. Wij weten dan
ook niet, met welk doel de heer roorda de ongunstige ge-
dachten , die vele jongere en oudere lieden omtrent de Logica
koesteren, hier vermeldt zonder een enkel woord tot hare ver-
dediging te zeggen, ja niet zonder den schijn op zich te laden,
dat hij hun oordeel onderschrijft. Men beelde zich toch niet
in, dat de Logische Analyse zóó veel aangenamer is, dat men
ze als eene uitspanning zal kunnen doen beschouwen. Een jong
mensch zou zich al zeer moeten vervelen, indien hij voor tijd-
korting eene rede ging zitten ontleden. Wat hiervan echter ook
zijn moge, dit is zeker, dat de Logische Analyse noch het-
zelfde is als de Logica, noch dat zij de plaats der laatste kan
vervullen. Wij zijn volkomen overtuigd van het groote nut, dat
zij, als voorbereidende oefening, zoowel aan de studie der Psycho-