Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
gen, bespiedt zijne gangen, ontleedt de begrippen en gedachten,
en doet de fijnste schakeringen daarin opmerken. Zij reikt dus
met de eene hand aan de Grammatica en met de andere aan
de Logica en de Psychologie, en verbindt deze wetenschappen
onderling. Ieder taalkundige heeft, wetens of onwetens, bij
haar ter schole gegaan; hij kan hare voorlichting niet ontberen.
Hoe hooger hij hare lessen op prijs gesteld heeft, des te dui-
delijker en bepaalder zal zijne kennis zijn. — Wat mag dan
de reden wezen, dat deze zoo belangrijke wetenschap, wier be-
oefening voor de ontwikkeling van het verstand en de opscher-
ping van het oordeel zeer veel bijdraagt, en die voor den
onderwijzer volstrekt onmisbaar is, te onzent althans, op
eenen betrekkelijk lagen trap staat, en weinig eigentlijk gezegde
beoefenaars telt? Ongetwijfeld is de hoofdoorzaak van het ver-
zuim in de wetenschap zelve gelegen, aan wier beoefening eigen-
aardige moeilijkheden verbonden zijn. Een groot deel toch der
voorwerpen van hare beschouwing zijn geene zinnelijke dingen,
die men zien of tasten kan; integendeel, zij zijn in den hoog-
sten graad afgetrokken. Daarom staan haar geene afbeeldingen
ten dienste; daarom kan zij met geene mathematische figuren
of algebraïsche formules het voorstellingsvermogen van haren
beoefenaar te hulp komen. Geene primitieve begrippen, maar
begrippen van begrippen, abstractiën van abstractiën, zie daar
de stof, die zij te bewerken, de voorwerpen, die zij te beschouwen
heeft; voorwerpen zoo fijn en teder, dat alleen eene zeer geoe-
fende hand ze kan vasthouden zonder ze te verminken of te
laten glippen. Zulke begrippen verkrijgen in ons niet op eens
de vereischte klaarheid en zuiverheid, en alleen door herhaalde
oefening worden wij er gemeenzaam mede. Menigvuldige malen
moeten wij ze ons hebben voorgesteld, ze van alle zijden en
uit alle oogpunten hebben beschouwd, eer wij ze ons zonder
pijnlijke inspanning, zonder inmenging van bijbegrippen ge-
makkelijk, helder en duidelijk voor den geest kunnen roepen.