Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
134,
c. concessieve of toegevende zinnen. Zie blz. 113 en 121.
a. imperatieve zinnen hebben het werkwoord in den impe-
rativus, bevatten eene gedachte, die niet met de werkelijkheid
overeenstemt, en worden gericht tot den persoon, van wien de
verwezentlijking afhangt, met het doel om haar te bewerken.
Zie blz. 113.
üe imperatieve zinnen zijn naar gelang van hunne betrek-
king tot het begeervermogen en tot den aangesproken persoon:
bevelen, verzoeken, toelatingen, voorstellen, raadgevingen of
voorschriften.
b. De optatieve zinnen hebben het werkwoord in den opta-
tivus {subjunctivus), en bevatten gedachten, niet met de wer-
kelijkheid overeenstemmende, waarvan de verwezentlijking niet
afhangt van den aangesproken persoon. Zie blz. 115.
De optatieve zinnen zijn naar gelang van hunne betrekking
tot het begeervermogen: wenschen, toelatingen, raadgevingen,
voorstellen, bevelen of voorschriften.
De optatieve zinnen hebben het werkwoord in den cogitati-
vus, wanneer de spreker te kennen wil geven, dat hij de ver-
vulling van zijnen wensch niet verwacht. Zie blz. 115.
c. De concessieve zinnen bevatten gedachten, wier geldig-
heid door den spreker niet erkend wordt, maar die hij den
aangesprokene toestaat voor waar aan te nemen, omdat zij tot
zijn beweren niet af- of toedoen. Zie blz. 121.
Het gevoel wordt nooit in volledige zinnen uitgedrukt. Zie
blz. 123—126.
Uitdrukkingen, die tot het gevoelvermogen behooren, zijn:
de tusschenwerpsels van gevoel en de uitgeroepen vragen.