Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
130,
De soortverdeeling der bijzinnen kan eerst later ter sprake
komen, wanneer men de deelen van den zin heeft leeren
kennen. In het Eerste Hoofdstuk worden alleen de hoofd-
zinnen beschouwd. Zie blz. 55.
De hoofdzinnen hebben ten doel:
bf het eigentlijke weten, het hennen der werkelijkheid;
bf het uiten, en soms ook het vervullen, van onbevredigde
begeerten. Vandaar twee soorten van zinnen: I. zinnen, die tot
het voorstellings- of denkvermogen behooren; en II. zinnen, die
tot het begeervermogen behooren.
I. Zinnen, die tot het kenvermogen behooren.
De zinnen, die tot het kenvermogen behooren, bevatten:
A. oordeelen, die onmiddellijk op de werkelijkheid betrekking
hebben; of
B. willekeurig gevormde gedachten, die slechts middellijk
met de werkelijkheid in verband staan. Zie blz. 84<.
Het werkwoord heeft in zinnen der eerste soort de vormen
van den indicativus, in die der tweede de vormen van den co-
gitativus (conditionalis). Zie blz. 84, 85, 86—89.
A. De oordeelen of zinnen in den indicativus, die recht-
streeks op de werkelijkheid betrekking hebben, bevatten volle-
dige of onvolledige gedachten; vandaar
a. eigentlijke (of volledige) oordeelen,
b. eigentlijke vragen (of onvolledige oordeelen) en
c. oneigentlijke vragen (of volledige oordeelen in den vorm
van vragen).
a. Een zin, die een volledig of eigentlijk oordeel bevat, is
de uitdrukking van eene gedachte en tevens van het bewustzijn,
dat onze voorstellingen en de wijze, waarop wij ze verbinden,
met de werkelijkheid overeenstemmen. Zie blz. 51 en 52.
De overeenstemming van eene gedachte met de werkelijkheid