Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
gering is waarschijnlijk ook het aantal derzulken, die ze vol-
doende weten te beantwoorden. Ongetwijfeld worden er gepre-
zene dichters en redenaars gevonden, die moeite zouden heb-
ben om zich zeiven rekenschap te geven van de wijze, waarop
zij over de gemoederen hunner lezers en hoorders heerschappij
voeren. En toch, is het den beschaafden mensch niet ten volle
waardig, dat hij het edelste vermogen, hem door zijnen Schep-
per geschonken, zoo naauwkeurig mogelijk kent en er met vol
en helder bewustzijn gebruik van maakt? Laat ik liever vra-
gen: is het niet eenigzins beschamend, dat hij dit vermogen,
het kenmerk van zijnen adeldom en het middel tot zijne ont-
wikkeling en beschaving, ieder oogenblik aanwendt zonder het
te kennen, zonder zelf te weten, wat en hoe hij doet, als hij
spreekt of schrijft?
De wetenschap, die het antwoord op de aangevoerde en alle
dergelijke vragen geeft, heet de Algemeene of Philosophische
Grammatica. Zij houdt zich bezig met het onderzoek naar de
natuur en de eigenschappen van spraak en schrift in het alge-
meen, naar den aard en de beteekenis der onderscheidene soor-
ten van woorden, naar het gebruik en de onderlinge betrekking
der woorden in de rede; kortom zij geeft een inzicht in de
wijze, waarop wij door spreken en schrijven bij anderen ge-
dachten te weeg brengen, onze kennis mededeelen en ons ge-
moed uitstorten. Te dien einde beschouwt zij ook de voorstel-
lingen en gedachten, merkt de verscheidenheden daarin op, en
verdeelt ze in klassen. Hare resultaten maken een deel uit van
iedere bijzondere spraakleer, namelijk het hoogere, wijsgerige ge-
deelte, dat in de grammatica eener bijzondere taal slechts ter
loops behandeld, of liever als bekend ondersteld wordt. Haar
streven is onder andere die hoogere en algemeene begrippen tot
de grootst mogelijke zuiverheid en klaarheid te brengen, en
alzoo licht te verspreiden over de grammatica's van alle talen. Maar
zij werpt ook een diepen blik in het menschelijk denkvermo-